Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

EEN IDEE VERWEZENLIJKT (1955-1980)

Pag. 137-168 SSRP Monografie 13 25 jaar Stamboek

T. Huitema

1955

Geheel in stijl werd het sein tot oprichting van onze Stichting gegeven met een bootmansfluitje. En Dr. Ernst Crone blies daar zeer bekwaam op toen tijdens de maaltijd in de taveerne van het Zuiderzee Museum op 27 augustus 1955 de heer Van Waning mededeelde dat de Commissie Stamboek Friese Ronde Jachten zou worden omgevormd tot een landelijke Stichting die ook de platbodemjachten zou gaan omvatten. Overigens waren die platbodemjachten er al bij tijdens deze eerste reünie na het zo fameuze begin op het Pikmeer in 1953. 
Er was in Enkhuizen dan ook al direct een zeer feestelijke stemming, die zich bij iedere volgende reünie opnieuw openbaarde. Een 50-tal schepen waren present, terwijl de Zeeuwse Poon Ouderhoek - toen al - als admiraalsschip fungeerde. Aan boord nam de burgemeester van Enkhuizen die wel heel toepasselijk de naam' Admiraal' droeg, het saluut in ontvangst. 
Met het weer hadden we bijzonder geluk toen aan het slot van het admiraalzeilen een zomerstorm met heel wat schade veroorzakende windhozen op nog geen kilometer afstand voorbij raasde. Maar het Krabbersgat tijdens de windstilte vóór de storm, met daarop de schepen tegen een bijna zwarte achtergrond waar nog enkele zonnestralen de meest vreemde kleuren op aftekenden, vormde een beeld, een schilderij om niet te vergeten.
Op 8 oktober daaraan volgend stapten vertegenwoordigers van 4 zeilverenigingen (de Koninklijke, Oostergoo, de Maas, Sneek) en 2 scheepvaartmusea (Sneek en Enkhuizen) naar Notaris Van der Laan in Amsterdam om de stichtingsakte formeel te passeren. Dat we naar deze notaris gingen was wel vanzelfsprekend, want welke andere notaris kon bogen op het bezit van een Fries jacht uit 1917 genaamd 'Oude Liefde'! 

Het doel van de Stichting werd in art. 2 van de statuten heel simpel geformuleerd als 'de bevordering van de belangstelling voor het ronde en platbodemjacht'. 

Voor de eerste maal werden door de stichtende organisaties als bestuursleden aangewezen de heren Van Waning (voorzitter), Huitema (sekretaris-penningmeester), Loeff (namens de KNZ&RV), Van Slooten (namens de KZV Oostergoo), Blussé van Oud-Alblas (namens de KR&ZV de Maas), Voordewind (namens de KZV-Sneek), Halbertsma (namens het Fries Scheepvaart Museum), Bouma, spoedig opgevolgd door de heer Boonenburg (namens de 'Vrienden van het Zuiderzee Museum'), Spits (gekozen lid). 

Inmiddels waren we al begonnen met het aanleggen van een schepenlijst en in december 1955 waren reeds 114 schepen ingeschreven. 

Wanneer u daarbij bedenkt dat aan de oprichting van de Stichting eigenlijk de vrees ten grondslag lag dat de oud-Nederlandse schepen op het punt stonden te verdwijnen, dan is het begrijpelijk dat wij van de ene verbazing in de andere vielen en dankbaar ervoeren dat zo velen met ons bereid waren zich in te spannen de traditionele scheepsvormen als uiting van een cultuur uit een voorbije periode in stand te houden. 

1956

Een van de eerste bestuursbesluiten was dan ook het in tekening doen brengen van representatief geachte schepen. En als een soort van hommage aan het Friese ronde jacht en de meest bekende en bewonderde bouwer daarvan, werd met de boeier Constanter, in 1877 door Eeltje Holtrop van der Zee gebouwd, begonnen. Voorzitter en secretaris hielden vele lezingen en voordrachten. 
In de Waterkampioen stelde hoofdredacteur Loeff, die altijd de fakkel voor het oud-vaderlandse schip brandende had gehouden, veel ruimte voor de Stichting beschikbaar, waardoor tot tweemaal toe artikelen en een complete schepenlijst kon worden gepubliceerd. 
Het bestuur stelde wisselprijzen ter beschikking voor het hardzeilen dat door de Westeinder Zeilverenigingen en de KZV Oostergoo werd georganiseerd. In beide gevallen was .het een door Mejuffrouw Anne Porte te Oudebildtzijl geborduurde wimpel, versierd met pauwmotief. 
Het is wellicht aardig daaraan toe te voegen dat bij Oostergoo deze wimpel voor het eerst werd gewonnen door postbode Van der Schaaf in de klasse der G.W.S.-schouwen, en bij de WZW door Ir. Der Weduwen met de boeier Njord. 
Toen voorts in 1956 bekend werd dat 'Varend Nederland' aan H.K.H. Prinses Beatrix een Lemsteraak als nationaal geschenk op haar 18e verjaardag ging aanbieden besloot de Stichting prompt de roerversiering daarvan aan H.K.H. te offreren. 
De Groene Draeck werd in gips ontworpen door de beeldhouwster Kitinka Schouten-van Rood (en dit gipsmodel bewaart ondergetekende met zorg) en in teakhout gestoken door de houtsnijder Bishoff.

4 juni 1957: Tewaterlating van 'De Groene Draeck' Foto: Nat. Foto-Persbur. b.v.

In Friesland was inmiddels door het bedrijfsleven een oude traditie hersteld en in 1954 de boeier Friso als Statenjacht aan de provincie aangeboden. Het schip werd op bekwame wijze gezeild door de commissaris van de Koningin persoonlijk en mede op grond van zijn aandeel bij de keuze van het nationaal geschenk voor Prinses Beatrix, werd Mr. H.P. Linthorst Homan tot erelid van de Stichting benoemd. 

Ontwerpster mevrouw Schouten-van Rood en houtsnijder Bishoff. Foto: G.L. W. Oppenheim
Grafstenen van Eelt je Holtrop v.d. Zee en Auke v.d. Zee op de Begraafplaats te Westermeer (Joure) Foto: G.L. W. Oppenheim

Tenslotte - het was inderdaad een druk jaar, dat eerste jaar - verleende de Stichting in augustus 1956 medewerking aan de onthulling van twee grafstenen voor de 'skûtmakkers' Eeltje Holtrop v.d. Zee en zijn zoon Auke. De onthulling geschiedde door de heer R. Buisman, terwijl de heren Van Waning en Halbertsma kransen legden namens de Stichting en Fries Scheepvaart Museum. Een 30-tal ronde jachten, vele door de Van der Zee's op hun onnavolgbare manier gebouwd, was hiervoor speciaal naar Joure gekomen, voor een stijlvol eerbetoon. 
In feite zou over dit eerste jaar van het bestaan, toen de Stichting de eerste stappen ter verwezenlijking van haar doelstelling ondernam, daarbij een eigen stijl en allure creërend, veel meer te vertellen zijn. Maar er zijn nog 24 jaren te verslaan en de plaatsruimte is niet onbeperkt, zodat het wel bij deze wat droge en onvolledige opsomming moet blijven. 

1957

Na de overdracht en tewaterlating van 'De Groene Draeck', waarbij 'onze' draak zijn plaats op het roer met rechtmatige trots en zwier blijkt in te nemen, aanvaardt H.K.H. het Beschermvrouweschap van de Stichting. 
Hoorn bestaat 600 jaar en derhalve vindt dáár de zomerreünie plaats. De herinnering aan de daarbij 's avonds bij nieuwe maan opgevoerde Slag op de Zuiderzee zal nog bij vele deelnemers voortleven. Het was spannend en beangstigend. De donkere zee, de deelnemende schepen zonder navigatielichten, het vuurwerk en de salvo's afgegeven door schepen van de Koninklijke Marine, vormden de indrukwekkende en beklemmende achtergrond van de strijd, waarbij Jan Haring, zij het ditmaal niet in levende lijve, de mast van de Inquisitie inklom en naar beneden werd geschoten. Het was tijdens het admiraalzeilen uitzonderlijk warm weer, zo warm zelfs dat een compleet eskader botters, nota bene onder aanvoering van onze latere voorzitter, rebelleerde. In plaats van volgens afspraak naar de haven terug te keren om aan de maaltijd deel te nemen bleef men rustig op zee. 
Tijdens de maaltijd barstte overigens een onweer los dat in het oude schouwburggebouw kortsluiting veroorzaakte, zodat we bij kaarslicht verder moesten. 
Bij de wedstrijden de volgende dag werd de boeier Njord helaas aangevaren en door brandweerpompen met moeite drijvende gehouden. 
In juni van dat jaar werd het Stichtingsembleem ontworpen in een goed samenspel tussen de schilder W.J. Dijk en ons bestuurslid Mr. A. Blussé van Oud-Alblas. 

1958

In 1915 bouwden de Gebr. De Boer de lemsteraak Onrust voor de heer W.H. de Vos uit Dordrecht. Een fraai en snel schip dat in vele wedstrijden uitkwam tegen onder andere de Lemsteraken Salamander en Wulp (die naar Amerika is verkocht). De heer de Vos voer op gevorderde leeftijd ieder jaar van Dordrecht naar Grouw, waar hij een aantal weken aan boord doorbracht voor anker liggende op het Pikmeer. 
Uit waardering voor het werk van de Stichting, opperde hij op een zaterdagochtend aan de bekende ronde tafel in hotel Oostergoo de gedachte een wisselprijs in te stellen, bestemd voor diegene die zich bijzonder verdienstelijk maakt voor het door de Stichting nagestreefde doel, dan wel blijk heeft gegeven van uitermate grote zorg en toewijding bij onderhoud en instandhouding van zijn jacht. 

1958: Zomerreünie Gorkum. Slot Loevenstein. Eerste uitreiking van de W.H. de Vos-prijs aan de heer R. Buisman, ere-voorzitter Kon. Zeilver. Oostergoo (zittend in armstoel). Foto: Jelgersma

Helaas overleed de heer De Vos kort daarna, doch zijn beide zoons realiseerden het idee van hun vader door aan de Stichting een nauwkeurig op schaal gemaakt zilveren model van de Onrust aan te bieden.  Deze W.H. De Vos prijs werd voor het eerst in 1958 tijdens de reünie in Gorkum uitgereikt aan de nestor van de Friese watersport, de heer R. Buisman. Uit diens geestige toespraak in slot Loevenstein zijn mij steeds de woorden bijgebleven: 'Zeilen is als soep eten met een vork, je krijgt er nooit genoeg van'. 
De W.H. de Vos prijs is daarna bijna ieder jaar uitgereikt.

1968: Zomerreünie Blokzijl. Uitreiking W.H. de Vosprijs aan H. Voordewind door voorzitter Van Waning. Foto: J. Dutilh W.F.zn.
1975: Lustrumreünie Sneek. Uitreiking W.H. de Vosprijs aan het echtpaar Spits-de Rook, door waarn. voorzitter H.G. van Slooten. Foto: J. Dutilh W.F.zn.

In plaats van zulks telkenmale bij het betreffende jaar te vermelden, lijkt het beter hier een lijst te publiceren van al degenen aan wie de prijs is uitgereikt:

De reünie in Gorkum ervoer de wisselvalligheden van ons klimaat. Des zaterdags bij stralend weer een schitterende tocht door de Biesbosch. De volgende dag echter stromende regen en veel wind bij het admiraalzeilen op de Merwede. Het enige 'lichtpunt' was het tropenkostuum, waarin de burgemeester als admiraal aan boord van 'Maartje' het saluut afnam.

1959

De reünie in Den Helder - op uitnodiging van de 50-jarige K.M.J.C. - zagen we met enige zorgen tegemoet, want de wedstrijden ter plaatse hadden de laatste jaren een zekere reputatie gekregen wat windkracht en regenhoeveelheid betreft. Vandaar dat slechts een 40-tal schepen zich aanmeldden.
Maar ziet, het was stralend weer! Bij het admiraalzeilen deed H.M. de Koningin ons de eer als 'Admiraal' te fungeren aan boord van de Piet Hein, in gezelschap van Prins Bernhard en de prinsessen Irene en Marijke.
Als uitvloeisel van de vele vragen aan het secretariaat besloot het bestuur om historische en technische gegevens over onze traditionele schepen systematisch te verzamelen en te bundelen. Deze van oorsprong bescheiden opzet groeide uit tot ons boek 'Ronde en Platbodemjachten' dat inmiddels de 5e druk beleefde.
Met de KNWV vonden de eerste kontakten plaats om tot een betere voorgiftregeling bij het hardzeilen met ronde en platbodemjachten te komen. Een speciale kommissie, gevormd door de heren Loeff, Vermeer, Vreedenburgh en Huitema, werd daartoe ingesteld.

1960

De eerste mijlpaal is bereikt. Waar het initiatief om tot een eigen organisatie over te gaan in Friesland en met name in nauw overleg met het Fries Scheepvaart Museum is ontstaan, wordt deze lustrumreünie - en alle volgende - in Friesland georganiseerd. Grouw was de plaats van samenkomst, niet het minst als eerbewijs aan de KZV 'Oostergoo', waar te allen tijde de ronde jachten centraal stonden en nog steeds staan.
Van de 375 op dat moment ingeschreven schepen waren niet minder dan 80 naar Grouw gekomen en hoewel het gedurende twee van de drie dagen regende werd het een fleurig feest.
Zoals op iedere lustrumreünie kregen alle deelnemers een herinnering, ditmaal een speciaal gesneden vlaggenstokknop, uitgereikt.
Uiteraard trad ook een 'skotsploeg' op. Toen de vrouwelijke leden daarvan op een gegeven ogenblik partners uit het publiek kozen bleek echter dat vele mannen met grote witte zeilpetten op de 'Valeta' jammerlijk verleerd waren.
Voor de wedstrijden - met de smalle Tynje recht in de wind - had Prinses Beatrix een medaille beschikbaar gesteld. Winnaar daarvan werd het Friese jacht Neptunus. 

Aan de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen werd als uiting van waardering een grote mastwortel met scheerhout en vleugel als wisselprijs aangeboden. Deze wisselprijs werd definitief gewonnen door het skûtsje van Grouw en prijkt thans in het gemeentehuis ter plaatse.
Voorzitter en secretaris waren dankbaar getroffen toen ieder van hem namens de 'Vrienden' een zilveren model van een vierkant getuigd schip kreeg aangeboden.

In dit lustrumjaar kwam herhaaldelijk de vraag naar voren of het gewenst zou zijn een omschrijving te geven van de hoofdkenmerken van een rond of platbodem jacht dat naar het oordeel van de Stichting waard is in het Stamboek te worden ingeschreven. Het grote aantal jachten dat zich voor inschrijving aanmeldde, de vele restauraties en vooral de sterk toenemende bouw van nieuwe schepen gaf aanleiding tot reeksen van vragen. Het gebruik van dacrondoek, het voeren van een spinaker, de materialen voor de romp, de vorm en af metingen van de kajuitopbouw stonden nu en in de volgende jaren in het centrum van de discussie.
Waar bovendien de inschrijving in het Stamboek als commercieel verkoopargument werd gebruikt, was de vaststelling en formulering van bepaalde 'criteria' onvermijdelijk. In 1966 werden de heren Ds. J. Matzer van Bloois, W. de Vries Lentsch jr. en P. Zwiers met de taak belast voorstellen voor deze criteria te ontwerpen. Zij kregen daarbij als richtlijn van het bestuur mee dat de Stichting krachtens haar doelstelling een behoudende, conserverende taak heeft, dat wil zeggen de bewaring en instandhouding van de scheepsvormen zoals deze tot het einde van de echte 'zeiltijd' in ons land voorkwamen, mèt de daarbij gebruikte materialen en toegepaste tuigages. Het werkstuk van de drie heren bleek in 1976 een uitbreiding en verfijning te behoeven. Daarmee belastten zich de heren ir. W. Stapel, J.K. Gipon en H. Lunstroo. De door hen geformuleerde criteria gelden als richtsnoer bij de beantwoording van de vraag of een schip al dan niet kan worden ingeschreven.
Wij vleien ons met de gedachte dat een en ander er toe heeft bijgedragen ongewenste afwijkingen van de traditionele vormen zoveel mogelijk te vermijden. 

Het oude ambacht. Boegenbranden. Foto: P. Dorleijn
Twee oude boren
Er is verschil bij de uitreiking van de Lange Afstand-beker. 1968 aan Mr. Brice. Foto:J. Dutilh W.F.zn.
1974 aan mevr. Goldman Foto:J. Dutilh W.F.zn.

De vraag wat onder een ronde of platbodem jacht is te verstaan was zelfs - of uiteraard - ook in academische kring doorgedrongen. De heer A.C.E. Wessels verdedigde in zijn proefschrift de stelling: 'Het enige criterium voor opname van een scheepstype in het Stamboek Ronde en Platbodemjachten dient te zijn dat dit type beschouwd kan worden als een schakel in de natuurlijke ontwikkeling van deze schepen'. Zoals iedere stelling, is ook deze wel zeer aanvechtbaar! 

Terug thans naar de chronologische volgorde.

1961

Een interessante voordracht in het Frans Hals Museum door de kunstcriticus Redeker over schepen en schilders en een zomerreünie bij het schilderachtige Kampen. Daarbij deden zich tijdens de maaltijd in de schouwburg hoogst merkwaardige tonelen voor, waarover we het doek maar laten vallen. 
In dit jaar wordt voor het eerst een regionale reünie gehouden, en wel in het zuiden bij Willemstad. Organisator was de heer T.H. de Meester. 
Baronesse van Till - d'Aulnis de Bourouill, eigenares van de kajuitschouw Sampan schenkt de Stichting als wisselprijs de 'Lange Afstand' beker, bestemd voor degene die van verre is gekomen om een reünie bij te wonen. 
Ons bestuurslid Spits, die een indrukwekkende hoeveelheid van gegevens over ronde jachten heeft bijeengebracht, treedt af en wordt opgevolgd door ir. H.E. Oud. 

1962

Ons boek 'Ronde en Platbodem jachten' verschijnt en mag zich spoedig in grote belangstelling verheugen. Op de Westeinder wordt tijdens de zomerreünie met veel succes de 'slag op de Haarlemmermeer' opgevoerd. 
Daarbij ontvangt het eskader Staverse jollen 'wegens voortreffelijk manoeuvreren' een boekwerk van het 'Initiatief Comité Amsterdam'. Tweede en helaas laatste zuidelijke reünie ditmaal bij de Spieringsluis.

1963

Een feestelijke reünie in Veere. Bij zonder geslaagd door deelneming van een grote en mooie vloot in een onzer mooiste steden met een hartelijke en intens meelevende burgemeester. 
De avondlijke slag bij het fort den Haak - op dezelfde datum 390 jaar geleden geleverd - werd met veel élan opgevoerd. De baljuw van Veere schoot met eigen meegebrachte kanonnen vanaf het Noorderhoofd en de commandante (i) van een princelijke scoude aarzelde niet een veel groter Spaans schip te enteren.  De vechtlust bleek zo opgezweept dat aan boord van een bekende Zeeuwse hengst een doos met meer dan 200 patronen in één keer de lucht invloog. Maar onze voorzitter had met zijn uitvoerige brochure 'Ter ere van Veere en Vlissingen's roem' dan ook voor een solide basis voor deze slag gezorgd. 
Aan het KNWV wordt advies uitgebracht over een nieuw klassenreglement met voorgiftregeling voor ronde en platbodemjachten. Het KNWV zijnerzijds erkent de Stichting als klassenorganisatie. 

1963: Zomerreünie in Veere. Foto: J. Dutilh W.F.zn.
De baljuw van Veere. Foto: J. Dutilh W.F.zn.

1964

In aanwezigheid van H.K.H. Prinses Beatrix vindt de zomerreünie te Medemblik plaats. Het waait dermate hard dat tijdens het admiraalzeilen een paar masten sneuvelen en het hardzeilen moet worden afgelast. De Stichting uit scherpe kritiek op het voornemen om de nieuwe schepenhal van het Zuiderzee Museum met een dermate laag dak te bouwen dat van verschillende historische schepen de top van de masten zou moeten worden afgezaagd. Dit snode voornemen gaat 'dus' niet door.

1965

De viering van het tweede lustrum werd gebaseerd op het thema dat de 'Sneeker Hardzeildag' sinds 150 jaren steeds op de derde woensdag van augustus wordt gehouden. Ons bestuurslid Drs. Halbertsma wijdde daaraan een zeer interessante studie, die door het gemeentebestuur van Sneek aan alle kapiteins werd aangeboden. 
De deelnemende schepen verzamelden zich te Sloten, van waaruit zij dinsdagmorgens in een wat grijze ochtendnevel en getooid met een speciale lustrumwimpel weg zeilden naar Heeg. Nadat 'Heit' Piersma daar was geëerd met de W.H. de Vos-prijs ging het door de Wymerts naar IJlst waar Prins Willem V en zijn gemalin zich in prachtige kostuums aan boord begaven van het nu tot stadhouderlijk jacht gepromoveerde Friese Statenjacht. 
In Sneek was de vroedschap in stijl vol historisch kostuum gestoken ter begroeting aanwezig, terwijl saluutschoten van de Waterpoort werden afgevuurd. In Karossen ging het hoge gezelschap, begeleid door herauten, hoornblazers en tamboers -alsmede de Sneker jeugd - naar het stadhuis. 
De veelzijdigheid van de 'Vrienden' werd wel treffend gedemonstreerd door Mevrouw Korthagen- van Til ('tante Bets' voor velen), die kostelijk uitgedost en hooggezeten op de bok van haar Karos de prachtige Friese paarden al even vaardig bestierde als haar Friese tjalk 'Hoop op zegen' bij andere gelegenheden. De vele schepen manoeuvreerden voorzichtig door de smalle Sneeker grachten naar de aangewezen ligplaatsen, het busverkeer in de Z.W.-hoek raakte ontwricht, maar 's avonds kon - na vele, vele jaren - de boeiervaart door de Sneeker grachten dan toch beginnen. 

1965: 2de Lustrumreünie. Van kade tot kade te Sneek Foto: G.L.W. Oppenheim

En voor deze keer mag ik misschien mezelf citeren:
'Onder uitgelezen weersomstandig heden voeren ruim dertig boeiers, Friese jachten en tjotters met gegeide zeilen, versierd met vlaggen en wimpels en verlicht door Bengaals vuur ontstoken op Sneeker pannen, van de Waterpoort door de Stadsgrachten naar de Oppenhuizer Brug. De lange sleep werd daarbij voorafgegaan door hetzelfde 'IJlster(stoom)bootje', dat reeds in de tachtiger jaren der vorige eeuw, als sleepboot voor deze tochten dienst deed. Bij het Stadhouderlijk jacht gekomen, brachten de schepen een generaal saluut; zulks onder de tonen van een 'Aijrtje van 't Wilhelmus' en onder het gedaver van het scheepsgeschut. Bij deze fantastische verlichting kwam de sierlijke kledij van het Hoge gezelschap op het Stadhouderlijk Jacht eerst volmaakt tot haar recht.
Wie deze schitterende schaar van Frieslands schoonste schepen mee genoot, zoals zij voortgleed met rood verlichte zeilen, wie daarboven de donker gouden vlammen hoog zag oplaaien boven de teertonnen op de wal, wie de vrolijke muziekklanken hoorde weerkaatsen van weerszijden tegen schepen en huizen, wie jeugdig handgeklap beluisterde doch tevens oog had voor de weggepinkte traan van menige oude Sneker, die zittend op een stoel vlak aan de waterkant niets van een oude jeugdherinnering wilde missen, wie dit alles met open oog en oor en hart in zich opnam, die zal hebben begrepen, dat hier een waarlijk waterfeest herboren werd; waardig om voort te leven en dan vooral niet alleen in de historie'.
De navolgende dag - Hardzeildag - liet de wind ons op het Sneekermeer wat in de steek, maar de volgende dag in Grouw had niemand van de meer dan 100 deelnemers bij de wedstrijden te klagen. De 'vin nautique' met beeltenis en naam van de voorzitter op het etiket, de speciaal uit koper geslagen Sneeker Pan, door de K.l.V. Sneek aan de secretaris aangeboden, vormen kostelijke herinneringen aan deze zo geslaagde lustrumreünie, waarbij de heer Van Waning tot 'schipper in de orde van de Sneeker pan' werd verheven. Het aanvankelijke plan om van deze reünie een filmreportage te maken groeide uit tot onze film 'Van Klik tot Kluiver', die begin 1967 klaar kwam. Wij zijn het KNWV dankbaar dat zij door een lening de verwezenlijking van de film mogelijk maakte. De cineast Van der Dussen, zelf een groot liefhebber van oude schepen en verzamelaar van scheepsprenten, ontving in 1967 de pas ingestelde Van Waning wisselprijs. Het jaar 1965 kende nog meer hoogtepunten. Het KNWV vierde het 75jarig bestaan met een groots opgezet admiraalzeilen op de Westeinder. H.K.H. Prinses Beatrix leidde de vloot en de ereplaats die aan 9 eskaders ronde en platbodemjachten was toegekend, illustreerde hoezeer het herstel van dit 'vermaeck' door de Stichting wordt gewaardeerd en de bijzondere positie die het oud-vaderlandse jacht in de Nederlandse jachtvloot inneemt.

De heer v.d. Dussen ontvangt de Van Waning wisselprijs. Links de heer v.d. Dussen, rechts de heer G.J. W. van Waning Foto: G.L. W. Oppenheim

Aan het Verbond werd een schilderij van W.J. Dijk, voorstellende een tjalk op de Zuiderzee, aangeboden. Een feestelijke dag vormde daarna de eerste juli, toen Z.K.H. Prins Bernhard aan de heer Van Waning een Zilveren Anjer uitreikte 'als waardering voor zijn uitstekende verdiensten voor de Nederlandse cultuur'.

Een ander hoogtepunt hadden we al aan het begin van het jaar beleefd, toen ons bestuurslid Blussé van Oud-Alblas ons tijdens de winterreünie in het Maritiem Museum te Rotterdam op een meesterlijke voordracht over Klippers vergastte. Wij hopen nog steeds dat deze lezing in uitgewerkte vorm eens in onze Stichtingspublicaties zal verschijnen

Foto: Leeuwarder Courant.

1966

Marie-Cecile Moerdijk zong voor ons haar charmante volksliedjes in een omgeving die rust en schoonheid uitstraalde, de Leidse Lakenhal. Tijdens de zomerreünie in Monnickendam, waar deelnemers en bevolking met elkaar wedijverden in fraaie kostuums, legde de heer Van Waning zijn voorzitterschap neer. In een toespraak namens alle vrienden schetste de heer Kingma Boltjes, voorzitter van de KZV Oostergoo, op de hem eigen wijze de verdiensten van de scheidende voorzitter, die tijdens zijn elf jarig voorzitterschap de Stichting een eigen stijl en karakter heeft gegeven. De maaltijd vond plaats in een tot feestzaal omgetoverde scheepshal. Ik zie nog hoe van achter uit de zaal hoog in de lucht aan een loopkat het afscheidsgeschenk voor de heer Van Waning kwam aangezweefd en deskundig door de amateur-kraanmachinist voor hem op tafel werd gelegd

De voorzitter spreekt. Foto: J. Dutilh W.F.zn.
Bestuursleden passagieren. Foto: J. Dutilh W.F.zn.

De eerste daad van de nieuwe voorzitter ir. J.D. Waller, de benoeming van de heer Van Waning tot erelid, werd met enthousiast applaus begroet en onderstreept door een machtige muzikale manifestatie die door de Marinierskapel 'op volle geluidssterkte' werd weggegeven. (Heel wat kratten bier sneuvelden daarna!). De heer Van Waning bood zijnerzijds de Stichting een wisselprijs aan, bestaande uit een fraai besneden mastwortel met scheerhout en wimpel. De prijs heeft ten doel de bevordering van de actieve belangstelling voor waterfeesten naar oud-Nederlandse traditie in het algemeen en die van de zomerreünies van de Stichting in het bijzonder.
Bij het admiraalzeilen de volgende dag stonden beide voorzitters eendrachtig op het voordek van de 'Houtrib' om het saluut van de vloot, die uit twee richtingen kwam aangezeild, in ontvangst te nemen.
Een aantal jongeren nam het prijzenswaardige initiatief tot oprichting van een 'jongerenafdeling' met een eigen jeugdbestuur. Wanneer ik me goed herinner werd dat bestuur de eerste maal gevormd door Robert van Waning, Liselotte Huitema, Willem Sieuwertsz van Reesema en Thedo Fruithof. Ze moesten uiteraard even zoeken naar functie en taak, maar al heel spoedig stond een duidelijk doel voor ogen. De band tussen de jongeren en hun belangstelling voor de schepen versterken door een eigen winterbijeenkomst (meestal in de Drommedaris), door onderlinge hardzeilerij op de dag na iedere reünie voor de senioren en niet te vergeten door de roeiwedstrijden in allerlei soort bootjes voor de echte junioren. En zeker moeten we ook niet vergeten de vele handen spandiensten die jongeren bij de organisatie van onze reünies verrichten.

1967

Nederland heeft een rijke en grootse maritieme historie. Een van de hoogtepunten daarin is ongetwijfeld de tocht naar Chatham in 1667 en de reünie in Hellevoetsluis bood een ideale gelegenheid om het stukvaren van de fameuze ketting en de verovering van de 'Royal Charles' te herdenken. Bij zo'n historische gebeurtenis mag je best de woorden van de eigentijdse geschiedschrijver gebruiken om een beeld te geven van zo'n waterspel: 'Het gewoel van talloze jachten, sloepen en boten, die met elkaar wedijveren, het eerst bij de vijand te komen; de branders welke met hun vuur tussen de schepen zwerven; het gebulder van het geschut; het knallen van het schietgeweer; het gebazuin der trompetten; het roeren der Trommen; het hoera der aanvallers; het gekraak der brandende schepen (nou ja, maar het scheelde toch niet veel!); - dit alles leverde een schouwspel op, enig in zijn soort, waarvan de (Stichtings) geschiedenis nog geen voorbeeld opleverde... .'

Vermelden we nog dat de Belgische tjalk Antigoon op verbluffende wijze tot een 17e eeuws oorlogsschip was verbouwd. Ook al keek onze Engelse gast, Brigadier-General Chichester-Cook, zelf organisator van de 'River Medway week' wellicht wat vreemd naar een 'Royal Charles made in Belgium'

De Stichtingswimpel aangeboden aan het prinselijke bruidspaar op Paleis Soestdijk in 1966. Foto: C. de Boer

Een bijzondere presentatie leverde de heer Van der Kamp, die met een zelfgebouwd schouwtje van 4.97 m. lengte op z'n eentje van Vollenhove naar Hellevoetsluis kwam gezeild. Na afloop vertelde hij wel toch maar een wat groter schip te zullen bouwen! Bij het hardzeilen in Hellevoetsluis bleek dat ieder der bestuursleden in zijn klasse een prijs had veroverd! In februari 1967 beleefden we de drukst bezochte winterreünie uit onze geschiedenis.
Niet minder dan 530 bezoekers zaten dicht opeen in de filmzaal van het Marine Etablissement te Amsterdam voor de première van onze film 'Van Klik tot Kluiver', waarin de schoonheid van het Oud-Nederlandse schip in zijn rijke verscheidenheid en historie is vastgelegd en vereeuwigd. Het past de 'regisseur' uiteraard niet over deze film - bekroond op een filmfestival in Cortina d'Ampezzo - de loftrompet te steken, maar de Stichting heeft aldus naar mijn stellige overtuiging een uitmuntende prestatie van voorlichting gegeven, geheel passend in de statutaire doelstelling.

1967: Zomerreünie Hellevoetsluis. De Antigoon als Royal Charles Foto: G.L. W. Oppenheim
1979: Kleine Reünie in Heeg. De Friese jachten. Foto: G. van Sloten-Kaan

De heer Ir. J. Loeff trok zich als bestuurslid van de Stichting terug, waarop de KNZ&RV de heer J.F. Dudok van Heel als zijn opvolger aanwees.
In Friesland namen de heren Van Douwen, Vermeer en Piersma het initiatief tot het organiseren van een Friese Regionale Reünie voor ronde jachten en binnenschouwen. Deze voor een groot deel open schepen kunnen immers moeilijk de reünies in andere, verwijderde plaatsen bijwonen en zouden daardoor alleen de 5-jaarlijkse lustrumreünie kunnen meemaken.
Hoezeer deze nu reeds tien maal gehouden reünie van praktisch uitsluitend houten schepen in een behoefte voorziet blijkt uit de grote belangstelling, oplopend tot over de 100 schepen. Het admiraalzeilen uitsluitend 'op de zeilen' en de fakkelvaart typeren in het bijzonder deze gezellige bijeenkomsten in Heeg. Als waardering stelde de Stichting dan ook een wisselprijs voor het admiraalzeilen beschikbaar.

1968

Zo langzamerhand begint de periode dat het 'circus Van Waning' meer dan één voorstelling per jaar moet geven. Na medewerking aan de opening van de jachthaven van Drimmelen en aan de viering van 700-jaar stad IJlst, waren we pas toe aan onze eigen reünie in Blokzijl. In de unieke havenkom van Blokzijl en later op de Beulaker was het weer een feestelijk gebeuren.
De goede samenwerking met Rijks- en Provinciale Waterstaat bleek toen op zaterdagochtend de deuren in de oude zeesluis van Blokzijl werden gesloten, zodat de binnensluis open bleef staan en de grote vloot zonder oponthoud de haven kon verlaten. Veel bekijks trok de Thames barge Spinaway C, voor het eerst als gast aanwezig, die maar net door het sluisje kon. Het scheelde werkelijk aan weerskanten maar centimeters (sorry in bedoel inches).
Bij het admiraalzeilen op de prachtige Beulaker zette de wind flink door. Dat m'n eigen tjotter daardoor - en door een zware, geleende buitenboordmotor in het vooronder - voor de wind compleet onder water verdween, kan beter snel worden vergeten. Al vergeet je nimmer dat de commandant van de Waterpolitie in gala-uniform te water ging om de bemanning de reddende hand toe te steken.

1969: Zomer reünie Willemstad. Foto: Panavue

1969

Het jaarverslag als een kort stencil begonnen, is in de loop der jaren als het ware met de Stichting meegegroeid. Behalve een feitelijke reportage over de gebeurtenissen van ieder jaar bevat het daarnaast herhaaldelijk een uiteenzetting en verantwoording van het Stichtingsbeleid. Dit jaar verschijnt het voor het eerst met een omslag in kleur.
De zomerreünie vond dit jaar in Willemstad plaats, waarbij de Minister van Waterstaat als admiraal fungeerde aan boord van de hoogaars 'De Coene Haan'. Natuurlijk spraken we met hem over de vaak hoge kosten voor onderhoud en instandhouding van onze schepen. Op zijn advies richtten we het verzoek tot de Minister van Financiën de onderhoudskosten aftrekbaar te verklaren voor de inkomstenbelasting, ongeveer analoog aan de bestaande regeling voor bepaalde oude huizen. Maar - u mag eenmaal raden - het antwoord was afwijzend. Wel echter verklaarde de Minister dat de Stichting kan worden aangemerkt als een instelling vallende onder artikel 47 van de wet op de inkomstenbelasting, zodat giften aan de Stichting aftrekbaar zijn.
Dit eerste contact met Financiën en C.R.M. heeft er voorts toe geleid dat we - tezamen met de Vereniging Botterbehoud en de Vereniging Zeilend Bedrijfsvaartuig - intensieve pogingen doen om een zodanige wijziging in de Monumentenwet te doen aanbrengen dat ook bepaalde schepen daaronder kunnen vallen. Helaas blijkt bij dit soort zaken wel 'enig geduld' noodzakelijk.
Van de reünie in Willemstad herinner ik me ook nog dat een bijzonder geslaagd mini-hoogaarsje in de, overigens tjokvolle haven laveerde. Waar is dat toch gebleven?

1970

Meer dan 200 schepen bij de zomerreünie, meer dan 500 deelnemers aan de maaltijd, meer dan 750 schepen in het Stamboek, een Waddentocht, een Palingtocht en een Pelgrimfathers tocht, ziedaar de niet geringe evenementen in ons derde lustrumjaar.
Bij de zomerreünie in Lemmer ervoeren we dat bijna altijd openstaande sluizen bij uitzonderlijk hoge waterstanden toch dicht moeten. Dat gaf heel wat onvoorziene ligplaatsproblemen, maar we kwamen er uit. Zo ook onze 'traiteur', de onvolprezen heer en mevrouw Verschuuren uit Tilburg, die plotseling een 100-tal gasten extra aan de maaltijd moesten herbergen.
De doorzettende wind, bij het admiraalzeilen maar vooral bij de wedstrijd - met een te smalle startlijn - veroorzaakte helaas enkele aanvaringen, waarbij enkele met aanzienlijke schade.
Het waterspel was weer degelijk door mr. K. de Waard ondanks een in gips verpakt been voorbereid. We leerden echter in Lemmer dat een toelichting voor het publiek tijdens de uitvoering nodig is, wil men het gebeuren enigszins kunnen volgen en waarderen.
Maar de gehele reünie - m'n verhaal wordt eentonig maar 't is eenmaal zo - was een groot succes. "t Is', zei een oude visser 'as draeit jo t hart yn 't liif om, sa moai liket it'. Maar de Lemsters waren ook kritisch, en dan uiteraard vooral ten aanzien van de Lemsteraken.
'Het was jammer dat zoveel van die mooie oude schepen zo grondig vernield waren door allerlei ‘verfraaiingen'. Ook de tuigage week vaak af van de originele. De bruingetaande zeilen waren sfeervoller dan de witte en nog erger, de roodbruinig geverfde nylondoeken'. Zie hier in enkele zinnen het probleem dat ontstaat (of kan ontstaan) wanneer een van oorsprong werkschip als jacht wordt gebruikt en verbouwd of gebouwd.
Terstond na de reünie ondernamen een twintigtal schepen een Waddentocht onder leiding van de voorzitter. Ook hier (te) veel wind en bovendien veel regen. Vlak bij het einddoel, de haven van Delfzijl, velde een hartaanval de eigenaar van de tjalk 'Vrouwe Marigje', de heer A.L. Hoek. Bij de begrafenis kozen zijn nabestaanden een van de gezangen, die op de overledene nog zo kort daarvoor een bijzondere indruk hadden gemaakt, tijdens de oecumenische kerkdienst te Lemmer onder leiding van Ds. Matzer van Bloois. Deze oecumenische kerkdiensten verdienen aparte vermelding als zeer gewaardeerd deel van vele reünies. Het was vooral Ds. Matzer die zijn stempel op deze diensten heeft gedrukt.
Ik herinner mij hoe, na het aan religieus fanatisme herinnerend waterspel in Blokzijl, hij tezamen met een jeugdige pater met een zachte 'g' in de overvolle kerk in Wanneperveen met overtuiging uiting gaf aan het hedendaagse zoeken naar wederzijds begrip en eenheid.
Terug naar 1970. Een paar weken na de reünie trachtte een groep schepen de herinnering aan de eeuwenoude palinghandel van Nederland (en in het bijzonder Friesland) op Engeland te doen herleven met een tocht naar Ramsgate. Helaas had men ook hier door ongunstige weersomstandigheden met veel tegenslag te kampen waardoor de eigenlijke opzet mislukte

Pelgrim vaders
1972: De overdracht van de Pilgrims Fathers-vlag in Gouda. Links de heer Verkaaik, rechts de heer Steenstra. Foto: Goudsche Courant

Heel wat meer voorspoed ondervond de herhaling van de tocht van de pelgrimfathers van Leiden naar Delfshaven op 1 augustus 1620. Ruim 50 schepen, de bemanningen zonder uitzondering in 17e eeuws kostuum of het stemmige zwart der pelgrimvaders, voeren mee. Nog jaarlijks wordt in een korte ceremonie een speciale pelgrimfathers vlag die we uit Plymouth kregen aan een der deelnemers overgedragen. De vlag wordt als een waardevol kleinood telkenmale zorgvuldig opgeborgen in een kamferhouten kistje.

1971

Tijdens de winterreünie in Noordwijk vertoonde de cineast Gait L. Berk zijn film over hèt schip van de Zuiderzee, de botter. Wellicht dat dit mede ons deed besluiten de zomerreünie ook op die Zuiderzee te organiseren en wel te Enkhuizen. Hier werd voor het eerst op initiatief van voorzitter WalIer de weefmanoeuvre bij het admiraalzeilen beoefend. Goed uitgevoerd geeft deze manoeuvre een bijzonder fraai beeld. Een voorproefje hadden we daarvan trouwens al gekregen toen op 30 april ter ere van 's Koningins verjaardag een kleine vloot in het hartje van Amsterdam op de Amstel een eerste aanzet daartoe gaf.
En kort daarna was de halve breedte van de Nieuwe Waterweg vrij gehouden voor onze schepen die de heropening van het Visserijmuseum in Vlaardingen opluisterden.
De Waddentocht vond dit jaar plaats bij stralend weer. Het 'magere ansjovisanker' van de voorzitter, in staat om zo nodig de hele Stichtingsvloot bij storm te houden, hoefde dan ook geen dienst te doen.
Om de instandhouding van waardevol geachte oude schepen, varende monumenten, krachtdadig te steunen, besloot de Stichting een restauratiefonds in het leven te roepen. Een kommissie bestaande uit de directeuren van het Nederlands Historisch Scheepvaartmuseum en van het Zuiderzeemuseum, alsmede de secretaris van de Stichting kreeg tot taak te beoordelen of een schip al dan niet voor een bijdrage uit de - beperkte - middelen van het Fonds in aanmerking komt.

1972

Historische steden, gebouwen en kostuums waren de kenmerken van dit jaar. De winterreünie in Gouda, in het eeuwenoude St. Catharina Gasthuis vormde het stijlvolle begin.
Toen naar Zierikzee. Die reünie was overweldigend. Een van onze mooiste steden, voortreffelijke ligplaatsen voor de schepen, een gastvrije en enthousiaste burgemeester en bevolking, een daverend waterspel in een besloten ruimte waar zo'n spektakel het best tot z'n recht komt, een brede rivierarm als ideale plaats voor het admiraalzeilen, vier Engelse Thames barges als zeer gewaardeerde gasten, het leek niet op te kunnen. En dan vergeet ik nog de mosselenmaaitijd in de feestelijk aangeklede aardappel loods te vermelden. En het welluidend Middelnederlands dat onze vice-voorzitter Dudok Van Heel sprak alsof het zijn dagelijkse omgangstaal was. De burgemeester deed daarin voor hem echter niet onder en verklaarde vervolgens alle bestuursleden plechtig tot 'erepoorter' van Zierikzee (wat dat dan ook moge inhouden). Een curieus incident deed zich voor toen de burgemeester voor één der evenementen een model van een hoogaars uit 'zijn' stedelijk museum leende. De conservator had men niet kunnen bereiken en deze alarmeerde kort daarop de politie, die heel wat auto's van deelnemers controleerde. Van Zierikzee naar Blokzijl, waar een melancholieke feeststemming heerste

1972: Zomerreünie. Door de poorten van Zierikzee.

De stad herdenkt immers zijn 300-jarig bestaan, maar verliest tegelijkertijd de gemeentelijke zelfstandigheid. Dan naar Gouda, waar niet minder dan 50 schepen deelnamen aan de viering van het 700-jarig bestaan. Het Gouwekanaal tussen spoorbrug en Julianasluis bleek tot ieders verbazing ruimte over te bieden voor admiraalzeilen. De boeier Njord, glanzender dan ooit tevoren, had twee admiraals op het voordek, gekleed in - merkwaardige combinatie - 12e eeuws chirurgijnskostuum en 16e eeuws magistraatskostuum. Jaar in jaar uit verzamelen vele scheepseigenaren gedetailleerde informatie over de historie van hun schip. Wellicht kunnen we daarvan nog eens het een en ander opnemen in onze Stichtingspublicaties.
In dat kader zij hier vermeld dat de heer Duyvis er in slaagde na ijverig speurwerk de geschiedenis van alle 14 fjouweracht tjotters van Eeltjebaes te achterhalen; 6 van deze tjotters zijn nu nog in de vaart.
Wanneer in Friesland de laatste houten snik in een moddersloot wordt ontdekt en de scheepvaartmusea geen middelen vrij hebben, koopt de Stichting dit bijzondere exemplaar om het voor de toekomst. Omdat restauratie als zeilschip niet haalbaar bleek, zal - dankzij een subsidie van het Prins Bernhardfonds - een historisch verantwoorde restauratie als trekschuit plaats vinden.
In dit jaar overlijdt ons bestuurslid H. Voordewind, mede initiatiefnemer en bestuurslid van de Commissie Stamboek Friese Ronde Jachten. Als vertegenwoordiger van de K.Z. V. Sneek wordt hij opgevolgd door Dr. K. Gorter.

H. Voordewind aan boord van 'Dolphijn' (1868). Bij het zeil Klaas Klos.

1973

Na veel zoeken is het de Stichting gelukt in Engeland 5.000 meter origineel Egyptisch katoen in verschillende zwaarten en van uitmuntende kwaliteit te kopen. Een belangrijke bijdrage om het traditionele uiterlijk van onze schepen in ere te houden.
Monnickendam herdacht het feit dat 400 jaar geleden de slag op de Zuiderzee plaatsvond en daarom werd de Stichting ter opluistering uitgenodigd. De bevolking liet zich ook niet onbetuigd en in eigen gemaakte, voortreffelijk geslaagde 'galjoenen' streden ze nogmaals die gedenkwaardige slag uit 1573 van Cornelis Dirksz en Bossu. Het hardzeilen de volgende dag vond plaats bij windkracht 7 en leverde heel wat problemen op. Een aanvaring tussen twee schokkers veroorzaakte de nodige schade en enkele rondhouten sneuvelden.

In de loop der jaren verstrekte de Stichting heel wat tekeningen voor modelbouw. Maar toen we van de heer Van Heyst in Eindhoven de vraag kregen naar de tekeningen van de boeier Constanter, omdat hij die geheel alleen op werkelijke grootte wilde nabouwen, wel toen waren we nogal wat sceptisch wat daarvan terecht zou komen. Maar ziet, de heer Van Heyst heeft onze lustrumreünie in 1980 weliswaar net niet gehaald, maar de boeier is klaar! Een prestatie die ik nog niet eerder heb meegemaakt en die van de oud-botterbouwer Kok die de Lemsteraak Zevija in 7 jaar tijds volledig restaureerde, naar de kroon steekt. Om hierbij zeker ook te vermelden de scheepstimmerman Vos uit St. Jacobiparochie die eigenhandig een botter bouwde, en deze merkwaardigerwijs ook de naam Constanter gaf. Geen mens die bij de oprichting van de Stichting vermoedde dat houten schepen van deze afmetingen nog eens gebouwd zouden worden, en dan nog wel door eenlingen.
Al is het dan geen Stichtingshistorie, toch zij hier vermeld de studie van de Technische Hogeschool in Delft naar de ideale zwaardvorm. De oude scheepsbouwers bleken het empirisch nog niet zo slecht te hebben gedaan.
Een ander memorabel feit: de botter Houtrib, in 1914 door Kok in Huizen 'op speculatie' gebouwd, is 25 jaar lang in het bezit van voorzitter Waller. Ons bestuurslid Ir. H.E. Oud treedt af en de heer A.J.M. Kok wordt in zijn plaats benoemd.

1974

Het algemene weerskarakter van dit jaar, te veel wind en te veel regen, beheerste ook de zomerreünie in Den Helder. Met windkracht 8 en buien ga je niet admiraalzeilen in het Marsdiep.

G. van Heijst, Eindhoven, bij eigenhandig gebouwde boeier.

Derhalve werd het een soort van carrouselvaren in de haven rond de Piet Hein, waar H.M. de Koningin het saluut afnam.
De overdracht van de Pilgrimfathersvlag vond op 3 oktober in Leiden plaats en vormde 'het fleurig en druk bekeken middelpunt van de viering van Leidens Ontzet'. Dat daarbij een verdwaalde vuurpijl in een kinderwagen terecht kwam veroorzaakte gelukkig alleen maar schrik en geen schade.

1974: Zomerreünie Den Helder. De Houtrib groet H.M. Koningin Juliana. Foto: Kon. Marine

1975

In dit lustrumjaar begonnen de evenementen met de opening van de gerestaureerde stadshaven en in gebruikstelling van een standaardmolen op de stadswallen van Heusden.
Aan boord van de hoogaars Geertrui kon de minister van CAM met eigen ogen aanschouwen wat wij met varende monumenten bedoelen. Daarna kreeg de Stichting het vererende verzoek van het Koninklijk Huis een zeiltocht te organiseren voor de buitenlandse gasten bij het huwelijk van Prinses Christina. Het charmante gebaar van de bruidegom om de bemanningen van alle schepen de hand te drukken werd zeer gewaardeerd.
Daarna de zomerreünie te Sneek aan het Kolmeersland. Een imposant gebeuren met onze Beschermvrouwe als 'admiraal' van de 240 schepen. Naast de traditionele wisselprijzen, de W.H. de Vos-prijs en de Lange Afstand beker, was er ditmaal nog een bijzondere prijs. Ds. Matzer van Bloois, die helaas voor het laatst de oecumenische kerkdienst leidde, bood voor de kleinste deelnemer een vlaggenstok aan, gevormd door een kromgegroeide tak waarom zich een acaciarank had geslingerd. De prijs werd door waarnemend voorzitter Van Slooten in goed Fries met brede grijnzen overhandigd aan de heer J.F. Wierda, eigenaar van een 4.30 m lang boatsje.

1975: Lustrumreünie Sneek. Ds. Matzer van Bloois, met vlaggenstok, en J.F. Wierda. Foto: J. Duti/h W.F.zn.

En vervolgens kwam nog de grootse manifestatie Sail Amsterdam 700. Een 250 van onze schepen deden mee, vonden ligplaats bij de Koninklijke Marine, voerden een daverend waterspel op en brachten op de laatste dag in admiraalschap het saluut aan Prinses Margriet aan boord van de 'Piet Hein'. De aanwezigheid van onze schepen, van de botters en van de zeilende bedrijfsvaartuigen droeg in sterke mate bij tot het succes van Sail Amsterdam 700. Al waren uiteraard de indrukwekkende, vierkant getuigde schepen de grote trekpleisters.

1976

In het Van Gogh Museum verplaatsten een tweetal films ons weer terug in de sfeer van het zeilfestijn van Amsterdam. Daarna ging het naar Dordrecht. De Koninklijke Dordrechtse Roei en Zeilvereniging herdacht haar 125jarig bestaan met zwier en had daarbij een ruime plaats voor de ronde en platbodemjachten ingeruimd. Het gebeurt maar zelden dat we met onze vloot in het hartje van een stad tegen de achtergrond van oude en fraaie gevels ligplaats kunnen vinden.
Maar nog zeldzamer was uiteraard dat ter ere van het admiraalzeilen voor H.K.H. Prinses Beatrix alle verkeer op de drukst bevaren rivier van Europa gedurende enkele uren volledig werd stilgelegd. Een lang gekoesterde wens om het admiraalzeilen eens voor Dordrecht te organiseren kon nu in vervulling gaan. De voorbije tijden van de zeilvaart leken te herleven toen de rivier van oever tot oever bedekt was met statig voorbijglijdende schepen. De 'Admiraal' schreef ons dat Zij 'Het admiraalzeilen nog niet in die perfectie had meegemaakt'. En dat juist op deze dag de W.H. de Vosprijs aan Rijkswaterstaat werd uitgereikt, spreekt wel vanzelf.

1976: De voorzitter spreekt in het Antwerpse stadhuis. Foto: J. Dutilh W.F.zn.

De Contactcommissie Waterrecreatie Dordrecht bood een wisselprijs aan voor het beste eskader. De hoogaarzen onder leiding van Ir. Stapel wonnen deze trofee. Maar ook de Royal Vacht Club van België bestond 125 jaar en had ons 'dus' uitgenodigd. Hartelijkheid, gulheid en gastvrijheid van onze Belgische gastheren waren niet te overtreffen. De weefmanoeuvre op de Schelde slaagde uitstekend. In de Royer Sluis konden na afloop van het waters pel de deuren door een storing niet meer open. Een welbespraakte humoristische sluismeester en een bestuurslid dat om klokke 12 z'n verjaardag vierde, maakten zelfs dit urenlang wachten tot een amusant gebeuren.
En alsof het nog niet genoeg was kwam daarna in New York de 'Operation Sail 2000'. Na veel vooroverleg besloten negen eigenaren van ronde en platbodemjachten op eigen kosten en verantwoordelijkheid voor een waardig vlagvertoon te zorgen in de stad waarmee Nederland zulke oude banden heeft.

De namen van de schepen en hun eigenaren mogen hier nogmaals worden vastgelegd. Het waren:

'The engaging flotilla of nine old Ieeboard Dutch sloops' had veel succes.
De Federatie Oud-Nederlandse Zeilschepen - het samenwerkingsorgaan van Botterbehoud, Zeilend Bedrijfsvaartuig en Stichting - ontving van het Prins Bernhard Fonds de verheugende mededeling dat fl.150.000,- beschikbaar werd gesteld voor restauratiedoeleinden en de aanschaf van materialen. In de Stichtingsstatuten wordt met name het uitgeven van publicaties genoemd als een der taken die kunnen dienen om de doelstelling van de Stichting - de bevordering van de belangstelling voor het ronde en platbodemjacht - te verwezenlijken. Het was dan ook verheugend dat dit jaar, naast de 5e druk van ons boek, de eerste van de jaarlijkse Stichtingspublicaties het licht zag. In de functie als klassenorganisatie van het Verbond organiseerde de Stichting opnieuw een bespreking met wedstrijdzeilers.

1977

Een vleugje van de sfeer van nostalgie en romantiek die onze reünies kenmerkt heerste duidelijk bij de winterbijeenkomst in het Dordtse Kunstmin. Zeker toen de heer Jorissen ons op boeiende wijze vertelde over het ontstaan en de ontwikkeling van het 'spelevaren'.
Toen geheel onverwachts de voorgenomen zomerreünie in Brouwershaven geen doorgang kon vinden, werd in allerijl een andere plaats gezocht en gelukkig gevonden: Zoutkamp. Heel wat vakantieplannen raakten door deze sprong van Zuid naar Noord in het gedrang, maar er kwamen toch een honderdtal schepen bijeen. Dat tot voor precies 100 jaar de stad Groningen nog 'aan zee lag' en eb en vloed tot in de stadsgrachten kende, was lang niet een ieder bekend, maar vormde wel een goede historische basis voor onze reünie. De tocht van al die schepen door het meanderende Reitdiep was dan ook uniek, een geheel nieuwe kennismaking met het Groningerland. In Zoutkamp legde Ir. J.D. Waller na 11 jaar het voorzitterschap neer.

1977: Lentefeest aan de Bierkade. Foto: Haagsche Courant

De grote waardering van de Vrienden voor zijn leiding en voor zijn bekwaamheid als schipper en organisator werd tot uitdrukking gebracht door aanbieding van een mastbord waarin uitgehakt het familiewapen. De heer WalIer, tot erelid benoemd, bood de Stichting een typerend geschenk aan: twee zelfgemaakte kanonnetjes voor de beste eskaders bij de weefmanoeuvre. Het voorzitterschap werd overgenomen door de heer Huitema en het secretariaat/ penningmeesterschap door de heer Van de Hulst.
In Sneek werd de 100-jaar oude boeier Constanter tot 'Schip van het jaar' uitgeroepen, terwijl in de Stichtingspublicatie een uitvoerige studie aan de historie van dit fraaie schip werd gewijd. Door particulier initiatief zijn in het centrum van het oude Den Haag de Bierkade -enkele panden grondig gerestaureerd waardoor het aanzien van de buurt er heel wat op is vooruitgegaan. Teneinde een en ander wat meer reliëf te geven werd een Lentefeest georganiseerd, waarbij een aantal van onze schepen een onmisbaar element vormden. Dit Lentefeest is tot een jaarlijks stadsgebeuren van allure uitgegroeid.

1978

Medemblik en wind schijnen samen te gaan. Weliswaar woei het niet zo hard als in 1964, maar toch bleek de voorgenomen weefmanoeuvre niet uitvoerbaar. En bij de hardzeilerij was de wind tot kracht 7 toegenomen.
Medewerking werd tevens verleend - en door een verrassend groot aantal schepen - aan de manifestatie Rotterdam Maritiem '78 en in Vlissingen aan de herdenking van het 75-jarig bestaan van het Maritiem Instituut De Ruyter.
Het Prins Bernhard Fonds gaf opnieuw blijk van waardering voor het streven bepaalde oude scheepstypen in stand te houden door het verstrekken van forse bijdrage in de restauratie van de snik. Daardoor is het voortbestaan van dit type gewaarborgd.
In het bestuur wordt de heer Stapel als vertegenwoordiger van 'de Maas' als zodanig opgevolgd door de heer H.Th.G. Steenstra

1979

Omdat er in de provincie Noord Brabant veel meer water is dan menigeen denkt, was er alle aanleiding de winterreünie in Den Bosch te organiseren. Het imposante Provinciehuis bood een uitstekende gelegenheid, waar we onder meer een uiterst merkwaardige film over de vroegere walviszeilvaart zagen, gemaakt van een geschilderd beeldverhaal op een tientallen meters lange linnen doek.
Een groot spandoek bij de haveningang met de woorden 'Welkom Stichting' en ons embleem typeerde de goede sfeer bij de zomerreünie in St. Annaland.
Ieder jaar weer blijkt hoezeer we allemaal onze schepen met zorg en liefde koesteren, en hoezeer een reünie tot vergroting van onze kennis omtrent allerlei scheepskundige details leidt. Het admiraalzeilen 'is en blijft een linke zaak, maar schenkt den mens toch veel vermaak'. Dat vond men in Loosdrecht ook, zodat met veel succes een ronde en platbodemevenement op de drukbevaren plassen werd georganiseerd met medewerking van de Stichting.
Het Stichtingsbestuur wordt uitgebreid met de heren Arnold Bik, Van der Does en Van Yperen.

1980

Er zijn bij het overzicht van de reünies in voorgaande jaren al veel superlatieven gebruikt. Het is daarom moeilijk het succes van deze lustrumreünie, die in Friesland's hoofdstad begon, te beschrijven. Het was eenvoudig groots, uniek, overweldigend, niet te overtreffen. De organisatoren die zeer veel tijd aan de voorbereiding besteedden kunnen tevreden zijn. Alles werkte mee: het weer, de autoriteiten, de deelnemers, de bevolking. Ja zelfs onze maritieme historie gaf ons door de tocht met de trekschuit van admiraal De Ruyter in 1667 van Delfzijl naar Texel via Leeuwarden een uniek onderwerp voor het waterspel.
Dat vervolgens de hele vloot van Leeuwarden via Grouw en Sneek naar Heeg kon zeilen zonder één slag te hoeven maken is iets wat niet vaak voorkomt. Het leek daar in het wijde Friese landschap een ononderbroken rij van ronde en platbodemjachten onder vol tuig zo ver het oog reikte. En vele zeilers in tjotters en Friese jachten praten nog over de wonderbaarlijke tocht door onbekende vaarten en sloten ten zuiden van IJlst: 'Fryske marren, blauwe wetters, o, wy sjonge jimme rom'.
Het admiraalzeilen van de 'houten Friese vloot' te midden van een carré van de grotere deelnemers was door de stevige bries wellicht moeilijk maar wel fraai.
In feestelijke stemming gingen vele van de deelnemers daarop naar Amsterdam om op uitnodiging van het Comité Sail Amsterdam '80 hun bijdrage te leveren aan waterspel en admiraalzeilen. Het gehele gebeuren in Amsterdam met de prachtige vierkant getuigde zeilschepen was zonder twijfel een groot feest. Maar even groot was de chaos op het water tijdens admiraalzeilen en waterspel waardoor onaanvaardbare situaties ontstonden. Het Stichtingsbestuur heeft een scherp protest laten horen en later de hele gang van zaken in een openhartig gesprek nog eens met de organisatoren doorgenomen.

1980: Lustrumreünie. De vloot in de stadsgracht bij de Prinsen tuin in Leeuwarden. Foto: Friesch Dagblad

Het is onvermijdelijk wat eentonig geworden, bovenstaand overzicht.

En nog is lang niet alles vermeld. Want de geschiedenis van de Stichting is rijk en afwisselend, met vele, vele hoogtepunten.
Te weinig is verteld van de niet aflatende inspanningen van de 'Vrienden' om hun schepen dikwijls ten koste van niet onaanzienlijke offers, in perfecte staat te brengen of te onderhouden, schepen die zo bijzonder bij onze oude steden en in het landschap passen.
Te weinig is verteld van de intensieve naspeuringen van diezelfde 'Vrienden' om de geschiedenis van een schip of werf uit te zoeken en vast te leggen.
Te weinig is verteld van de stroom van voorlichting en informatie die de Stichting 25 jaar lang naar beste weten verstrekte.
Te weinig is ook vermeld van de winterreünies waar iedereen steeds weer verheugd was iedereen te ontmoeten en te praten over onze schepen en wat we daaraan zoal gaan doen.
Te weinig is vermeld van de onver moeide pogingen van de Stichting de vormen van het Oud Nederlandse jacht zo zuiver mogelijk te handhaven.
De basis en de dagelijkse praktijk van de Stichting is en blijft ideëel, de instandhouding van een ons overgeleverd cultuurgoed en het bevorderen van de kennis en belangstelling daarvan en daarvoor. Te midden van een zich stormachtig uitbreidende watersport hebben de ronde en platbodemjachten een eigen, vaste positie verkregen met een eigen stijl en allure. Dat stemt tot dankbaarheid.

Wassenaar T. HUITEMA 

De wind in de zeilen. Foto: Bern van Gils