
Pag. 284-302 SSRP Monografie 17 De scheepswerf Lantinga te IJlst
Fr. Boschma
Er is in de loop der jaren heel wat geschreven over onze prachtige Ronde en platbodemjachten en hun bouwers. Daarbij komt ook af en toe de naam van de scheepswerf Lantinga uit IJlst aan de orde. Tot nu toe is er niet zoveel bekend over deze werf. Alleen mr Th. Huitema geeft in zijn bekende boek 'Ronde en Platbodemjachten' enige informatie over de werf en haar eigenaren. In watersportbladen als De Waterkampioen en De Golfslag is wel eens iets gepubliceerd. Omdat de geschiedenis van de stad IJlst mij van jongsaf bezig houdt en boeit en omdat ik op Uilenburg vlakbij de werf, geboren en getogen ben, heb ik de geschiedenis ervan bestudeerd en wil ik in dit artikel graag iets vertellen over de werf en over de Lantinga's die bijna 110 jaar schepen in IJlst hebben gebouwd. Graag spreek ik mijn dank uit tegenover allen die mij hebben geholpen bij het verzamelen van de gegevens, waarop dit artikel is gebaseerd.


I De Lantinga's
In de doop- en trouwboeken in het Rijksarchief Friesland te Leeuwarden komen wij de naam Lantinga voor het eerst tegen in het jaar 1791. De boeken verschaffen ons de volgende gegevens:
Wolvega 1791: 'Den 18e November is met attestatie van Oudemarkt tot ons gekomen Lolke Lantinga, Schoolmeester en Kerkdienaar te Wolvega, met attestatie naar IJlst vertrokken 28-2-1809'. Op 16 augustus 1807 trouwt hij te Wolvega na 3 proclamaties met Jantjen Ottes Colée.
In IJlst was eind 1808 een vacature voor een schoolmeester, koster en organist. De Stads- en Dorpskroniek van dr Wumkes geeft aan dat het jaar daarvoor op 1 februari 1808 werd aanbesteed het afbreken der oude school te IJlst en het bouwen van een nieuwe. Kennelijk wilde men dat de nieuwe meester een goed schoolgebouw tot zijn beschikking kreeg. Er werd, om in de vacature te voorzien, een advertentie in de Leeuwarder Courant geplaatst en Lolke Lantinga was één van de sollicitanten. Hij werd benoemd, volgens een beroepbrief van 23-1-1809. 1)
De brief bevat onder andere de volgende gegevens:
'Baljuw benevens het Gemeente Bestuur van IJlst doen weten dat wij in aanmerking nemende de bekwaamheden van den Eersamen Lolke Lantinga tans School onderwijzer te Wolvega hem hebben aangesteld tot School onderwijzer in de eerste School binnen deze Stad'.
In enkele artikelen worden de schooltijden, het klokluiden en de betaling van school penningen geregeld. Ook moet Lantinga het orgel in de kerk bedienen en er zijn bepalingen opgenomen over het Kostersambt. Verder moet hij nog de stoelgelden van de kerk invorderen en de Kerksteeg schoonhouden. Een schoolmeester moest in die tijd wel van alle markten thuis zijn. De hier bedoelde kerk is de Mauritiuskerk die op het huidige kerkhof stond en in 1828/'29 is afgebroken. 2)
De brief is ondertekend door: W.J. Oppedijk (Baljuw) en W.S. van der Leij (secretaris), alsmede door Dirk H. Faber en Broer Wijbes, namens de Hervormde Kerkvoogdij.
Op 12 februari 1809 schrijft de nieuw benoemde onderwijzer een brief terug. 3)
Hij deelt hierin mede dat hij de beroepbrief wél heeft ontvangen en dat hij zich aan de Schoolopziener zal adresseren. Op 26 februari wil hij nog graag het Heilig Avondmaal vieren in Wolvega en hij zal dan de 27ste, 28ste of 29ste februari naar IJlst komen. Ook verzoekt hij of men vanuit IJlst een schip naar Wolvega wil sturen voor de verhuizing. Zijn attestatie uit Wolvega wordt op 28 april 1809 te IJlst ontvangen. We lezen verder nog in de doop- en trouwboeken van de Hervormde Gemeente te IJlst dat in 1810, de 13de april op belijdenis des geloofs is aangenomen Jantjen Ottes Colée, huisvrouw van Lolke Lantinga. Door deze benoeming kwam Lolke Lantinga in IJlst op het 'Sudein' te wonen. Het schoolhuis stond op de plaats waar nu het pand Galamagracht 92 staat (hoek Kerkhofsteeg); het was eigendom van de Hervormde Kerkvoogdij 4). Achter dit huis was de school die na de Tweede Wereldoorlog is afgebroken. In de volksmond heette dit gebouwtje 'de ald skoalle'.
De naam Lantinga
In het jaar 1812 neemt de vader van Lolke in Weststellingwerf (gemeente Noordwolde), de naam Lantinga aan 5):
'Jan Giesen Lantinga, wonende te Steggerda, heeft dezelve verklaard dat hij aanneemt de naam van 'Lantinga' als familienaam'. Hij heeft een dochter (Annigje, oud 37 jaar) en een zoon (Lolke, oud 38 jaar en wonende te IJlst).
Er zijn overigens nog zeven personen die in Weststellingwerf de naam Lantinga aannemen; tot op heden komt de naam in deze gemeente voor. Bij de volkstelling van 31 mei 1947 kwam de naam Lantinga in 20 Friese Gemeenten voor, in totaal 98 maal 6).
Lolke Lantinga en Jantjen Ottes Colée krijgen vier kinderen:
Jan Gijzen, geboren op 27-12-1810 te IJlst.
Hij wordt fourier bij de 1ste Divisie van de Landmacht te Harderwijk en overlijdt aldaar op 4-3-1843 ongehuwd.
Otte, geboren op 19-2-1815 te IJlst, overleden op 17-12-1901, oud 86 jaar. Scheepstimmerman te IJlst, gehuwd op 19-11-1837 te IJlst met Sijke Bonnes Groenveld, geboren te IJlst 31-71814 en overleden op 27-2-1881 aldaar.
Trijntje, geboren op 12-10-1817 te IJlst, overleden in 1847 te Irnsum. In 1839 gehuwd met Taeke Geerts Visser, beurtschipper te IJlst.
Jacob, geboren op 8-1-1821 te IJlst, overleden op 22-3-1858 aldaar. Gehuwd in 1842 met Trijntje Pieters Wijtzes, dochter van Pieter Wijtzes, mastmaker te IJlst. In de huwelijksakte wordt zijn beroep genoemd: houtzaagmolenaarsknecht.
Lolke Lantinga overlijdt in 1822. De overlijdensacte vermeldt de volgende gegevens:
'Overleden op 26-7-1822 te IJlst in huis nr 128 Lolke Lantinga van bedrijf schoolonderwijzer, geboren te Oudemarkt, oud 49 jaar. Gehuwd met Jantje Ottes Collée, zoon van Jan Gijzen en Trijntje Lolkes'.
In de Stadsen Dorpskroniek van dr G.A. Wumkes lezen we enige tijd na de dood van Lantinga:
'27 jan 1824. Door het overlijden van L. Lantinga en het pensioen van A.J. Lap vaceert de onderwijzerspost aan de beide openbare scholen te IJlst, die nu tot één worden gecombineerd met 120 leerlingen, die 44 ct per kwartaal betalen, traktement van den nieuwen onderwijzer f 468,- en de school penningen, met verplichting een ondermeester van den derden rang ten zijnen koste te houden'.
De tweede zoon van de IJlster schoolmeester, Otte Lolkes Lantinga (1815-1901), is de grondlegger van de bekende scheepswerf Lantinga te IJlst.
Hij komt als jongeman in opleiding bij Cornelis Luitzen Nijdam, scheepstimmerman te IJlst. Op 1911-1837 huwt hij met Sijke Bonnes Groenveld. Het echtpaar krijgt acht kinderen waarvan er enkele jong overlijden. In 1848 koopt Otte de werf op Uilenburg van de familie Nijdam. Feike Lantinga (1882-1960) zegt in het Nieuwsblad van Friesland 7) het volgende over zijn grootvader Otte: 'En secuur dat die ouwe man was. .. Alles schreef hij op, tot in de kleinste bijzonderheden werd alles over de gebouwde schepen opgetekend en hij illustreerde zijn verslagen met kritische opmerkingen aan zijn eigen adres!'
Helaas zijn de door hem bijgehouden werf boeken verloren gegaan en kunnen we over hem geen nadere bijzonderheden vertellen. De oudste zoon, Lolke Lantinga (geboren 9-5-1844 te IJlst, overleden op 8-7-1923 aldaar), komt bij vader Otte op de werf. Op 22-5-1870 huwt hij te IJlst met Geert je Folkerts van Dijk (geboren 1-2-1847, overleden op 13-2-1911).
Er worden uit hun huwelijk tien kinderen geboren; daarvan overlijden ook weer enkele op jonge leeftijd.
In 1876 neemt Lolke de werf van zijn vader over
Doordat er enige kladwerfboeken bewaard zijn gebleven weten we van ongeveer 1904 tot 1922 welke schepen hij gebouwd heeft. Hierover straks meer. Onder zijn leiding kwam de werf tot grote bloei. Het personeel bestond soms wel uit vijf à zes man en enkele leerlingen. In IJlst weet men nu nog van hem te vertellen dat hij een uitstekend 'boechbránder' was.

Feike Lantinga, geboren te IJlst 25-21882, overleden 17-2-1960 te Drachten, is de laatste scheepsbouwer uit de familie.
Tot zijn 18de jaar heeft hij voortgezet onderwijs genoten. De zeevaartschool was zijn doel, maar z'n ouders konden geen geschikte (Christelijke) school voor hem vinden. Zodoende kwam Feike in de scheepsbouw terecht. Eerst heeft hij in 'Holland' bij verschillende bedrijven gewerkt om ervaring op te doen. Hij huwde in 1917 met Gesina Johanna Groenveld (geboren 17-5-1890 te IJlst, overleden 28-10-1959 te Drachten).
In 1918 nam Feike de zaak van zijn vader Lolke over. Iemand die, vooral de eerste jaren na de overname, vaak een handje hielp was de heer Sint Simons van der Werf. Van der Werf (1867-1959) was afkomstig uit Britswerd, waar zijn vader op 'Kromwal' een werf had. Hij was aanvankelijk slechts naar IJlst gekomen om er de ijzeren scheepsbouw te Ieren op de werf van Croles (later Zwolsman) maar is er blijven wonen. Voor de Tweede Wereldoorlog werkte er meestal een knecht op de werf, een van deze knechten was de heer Gerrit van der Horst. Na 1945 werkte Lantinga vaak alleen met af en toe een handlanger of leerling.
Feike Lantinga was evenals zijn vader een bekwaam zeiler. Eens heeft hij helemaal alleen een schip van IJlst via Lemmer, naar Amsterdam gebracht.
Het echtpaar kreeg 4 kinderen: Lolke, geboren 1917 te IJlst, leraar te Drachten (gepensioneerd);
Geertje, geboren in 1920 te IJlst; Rinkina (Rennie), geboren in 1923 te IJlst, overleden 1974.
Rink, geboren in 1930 te IJlst, bakker te Tijnje.
De zonen van Feike Lantinga hebben dus een ander beroep gekozen dan hun vader. De heer Lolke Lantinga uit Drachten vertelde mij dat zijn vader er ook nooit op had aangedrongen hem op te volgen. Zag hij de toekomst van de houten schepen niet meer zitten toen er steeds meer ijzeren schepen werden gebouwd?
In 1959 verhuisden Feike Lantinga en zijn vrouw naar Drachten; beide overleden daar. Ze werden te IJlst begraven. Het huis en de timmerschuur werden verkocht.
II Huis- en scheepstimmerschuur

Het huis en de scheepstimmerschuur, waar de Lantinga's woonden en werkten, staan op Uilenburg 18 en 16 te IJlst. Blijkens twee gevelstenen is het huis gebouwd in 1779. Uit archiefonderzoek is gebleken dat naar alle waarschijnlijkheid Rijkei (of Riekel) Pieters Dikland het huis heeft laten bouwen. Helaas ontbreken uit die tijd de IJlster Proclamatieboeken, waarin zijn opgenomen de uittreksels van koopakten van onroerende goederen. Wel kunnen we meer gegevens over de twee panden vinden in de kohieren van vroegere belastingen.
Het huis staat in de Reëelkohieren 8) van 1779 te boek onder nr 192. Eigenares is dan Pieter Wijtzes Weduwe. De Speciekohieren 9) van 1779 vermeiden dat Rijkei Pieters in dat jaar één schoorsteen heeft afgebroken, een helft heeft aangemaakt en dat hij 14 koeien bezit en 1 paard. De Reëelkohieren van 1780 geven aan dat Rijkei Dikland twee huizen in eigendom heeft onder de nummers 191 en 192. Het eerste huis is 'ledig en vervallen', het wordt afgebroken en in 1786 laat Rijkei op die plaats een 'Loots' bouwen. Het andere pand (nr 192) is het in 1779 gebouwde huis.
De IJlster Floreenkohieren 10) geven aan: '1778, no 225, Walle Wijtses Bootsma. Weegens een Huijs op Uilenburg. Bruijker Wijtse Gerbens, belast met drie stuijvers en acht penningen Floreen'.
'1788, no 225, Walle Wijtses, nu Rijkei Pieters (Dikland). Een Huijsinge op Uilenburg, bruijker nu de Eigenaar'.
In deze Floreenkohieren kunnen we nagaan dat dit huis na Rijkei P. Dikland wordt bewoond door zijn dochter Ringjen, daarna door Cornelis L. Nijdam, vervolgens door diens weduwe en in 1850 door Otte Lolkes Lantinga.
Rijkei Pieters (of Pijtters) Dikland huwde na 3 proclamatiën op 2-5-1779 te IJlst met Geeske Jacobs 11). In 1784, zo lezen we in de doopboeken van de Hervormde Gemeente, is 'den 1e Dec op belijdenis zijns geloofs gedoopt Rijkei Pijtters oud 29 jaar en 1 week, zijnde van de fijne Mennoniten tot ons gekomen'. Het echtpaar kreeg een dochter, Ringjen. Op 10 oktober 1790 werd zij gedoopt, oud 9 jaar en 7 maanden 12).
Bij de volkstelling van 1796 was Diklands beroep dat van 'Coopman in booter'. In de volkstelling van 1812 lezen we van Rijkei Pieters onder 'observatiën', dat hij een zwak gestel had.

Zijn tweede vrouw was Grietje Wiebes Keikes. Riekel Pieters overleed te IJlst als 'rentenier' op 27 december 1812, oud 58 jaar.
In 1819 werd door Ringjen Rijkles Dikland bij notaris Mr J.J. Wiersma te Sneek een testament opgemaakt.
Als beroep gaf ze op: 'winkelierske'. Tot algemene legatarissen werden benoemd Cornelis Luitzens Nijdam met zijn vrouw IJtje Wijtses Hoekstra, zij was een nicht van Ringjen Dikland. De stiefmoeder van Ringjen, Grietje Wij bes Keikes, werd echter ook niet vergeten. Zij mocht in het huis blijven wonen en ontving een uitkering van twee gulden per week.
Na het overlijden van Ringjen Rijkles Dikland op 23-3-1825 ging Cornelis Nijdam, scheepstimmerman te IJlst, en zijn vrouw het huis bewonen. Cornelis overleed te IJlst op 13-4-1836, oud 62 jaar.
In een verkoopacte uit 1839 13) wordt gesproken over 'een hechte en voor weinig jaren nieuw gebouwde timmerschuur'. We mogen aannemen dat dit niet de 'Loots' uit 1786 is en dat Cornelis L. Nijdam deze schuur naast het huis heeft laten bouwen. Over de helling, die voor de werf lag, kan het volgende worden medegedeeld.
In een inventaris, opgemaakt op 181-1839 13) ten overstaan van notaris A.W. Nauta vinden we in artikel 6, Titels en papieren, de vermelding van een akte, 'waarbij aan wijlen Cornelis L. Nijdam o.a. is gelegateerd een Huizing en Scheepstimmerhelling te IJlst'. Artikel 7, Vastigheid, geeft aan: 'Eene Huizing en Erve met daarnaast staande Scheepstimmerschuur en Helling, cum annexis staande en gelegen op Uilenburg te IJlst en aldaar geteekend wijk A, nrs 251 en 252'. Mogelijk bestond de helling reeds voor dat de familie Nijdam zich hier vestigde.
Het ging blijkbaar niet zo goed met de zaken van de Nijdams. Eerder genoemde inventaris, na de dood van Cornelis Luitzens opgemaakt, geeft het volgende resultaat: 'Bedragende de nadeelige staat in voege voor schreven alzoo tezamen de som van fl. 2289,97'. Op 5-2-1839 werden huis en scheepstimmerschuur provisioneel verkocht. 14)
In een 'Request' van de Nijdams aan de Arrondissements-Rechtbank te Sneek, om hun aandelen te doen verkopen, lezen we: 'Dat overigens deze verkoop te meer noodzakelijk is tot voldoening der schulden waarmee deze boedel is bezwaard.'
Op 19-2-1839 volgt de finale verkoop ten overstaan van notaris Abraham Waslander Nauta te IJlst. Koper voor f 1633,27 was Sijbe Cornelis Nijdam (oud 22 jaar), die reeds voor 1/12 gedeelte eigenaar was. Sijbe Nijdam was gehuwd met Fokjen Bonnes Groenveld, een zuster van de vrouw van Otte L. Lantinga, Sijke Bonnes Groenveld.
Het is bekend dat Otte Lantinga zijn opleiding kreeg op de scheepswerf van de Nijdams.

Op 14-3-1848 verkoopt Sijbe Corn. Nijdam het huis en de Scheepstimmerschuur 14). Het huis wordt door Rijkei Sijmens Buitenhoff, landeigenaar te IJlst, ingezet op f 881,-. De timmerschuur wordt ingezet door Jelle Jelles Croles, scheepstimmerman te IJlst, op f 500,75. Ten overstaan van notaris Abr. W. Nauta vindt de finale verkoop plaats op 28-3-1848. In de eerste ronde worden de percelen niet verhoogd. Na samenvoeging verhoogt Otte L. Lantinga, scheepstimmerman te IJlst, het bod van f 1381,75 met één gulden. Bij verdere oproeping verhoogt de heer Jan Lolles Steensma, Genees-, Heel- Vroedmeester te IJlst, het bedrag met vijftig gulden. Otte had kennelijk zijn zinnen op het bedrijf gezet en verhoogt het bod nog eens met vijftig centen. Hij is daarmee de hoogste bieder en koper van het huis en de schuur van zijn zwager Sijbe Corn. Nijdam voor f 1433,25.
Op 22-3-1876 verkoopt Otte Lantinga het huis en de timmerschuur aan zijn zoon Lolke na onderling overleg voor de som van f 3200,- 15). Als de verkoopakte bij notaris Abr. W. Nauta te IJlst wordt getekend is dit bedrag reeds betaald.
In 1918 neemt de dan 36-jarige Feike Lantinga het bedrijf van zijn vader over. Ten overstaan van notaris W. Wierda te IJlst vindt op 23-11-1923 de 'scheiding van de nalatenschappen' plaats. Huizinge, erf en timmerschuur , inclusief hout en gereedschappen, worden geschat op f 6500,-; voor dat bedrag worden de vastigheden, groot 10 are en 80 ca toegewezen aan Feike Lantinga.
De akte is getekend door:
1. Otte Lantinga, werkmeester te Schoten bij Haarlem;
2. Feike Lantinga, scheepsbouwer te IJlst;
3. Folkertje Lantinga, zonder beroep te IJlst;
4. Trijntje Lantinga, zonder beroep te IJIst.
Het huis wordt in 1959 verkocht aan de heer Jisk Meijer die het thans nog bewoont. Aannemersbedrijf De Boer van Hindeloopen koopt de schuur, die dan meteen een flinke opknapbeurt krijgt. De helling wordt overgebracht naar de IJlster jachtwerf 'De Uitkijk' van W.J. van der Velde, waar hij nog vele jaren dienst doet, maar in de zeventiger jaren wordt gesloopt. De timmerschuur wordt later verkocht aan de heer O.W. Kapelle die een jachtverhuurbedrijf, genaamd 'De Buizerd', exploiteert. In 1973 koopt de heer J. Feenstra de schuur en vestigt er een bedrijf dat gespecialiseerd is in scheepsbetimmeringen. Zo is tot op heden dit pand in de sfeer van de scheepsbouw gebleven.
III De Schepen
Het vrachtvervoer vond vroeger, vooral in een waterrijke provincie als Friesland, veelal plaats per schip. Dat betekent dat er ook scheepswerven moesten zijn waar deze schepen gebouwd konden worden. In de stad IJlst vond vanouds veel scheepsbouw plaats 16).
Reeds op een kaart van IJlst uit 1616 van Nicolaas Geelkercken zien we op Uilenburg 'Die Nieuwe Stats(scheeps)timmerwerffen.' In de Stadsen Dorpskroniek van dr G.A. Wumkes deellIezen we het volgende bericht: '30-1-1747. De scheepsbouw van smakken, jachten, schuiten, pramen en andere vaartuigen is te IJlst meer bloeiend dan in eenige Friesche stad. Elken dag het gansche jaar door, wordt één afgeleverd.'
In 1854 zijn te IJlst 6 scheepstimmerwerven, waar 56 personen werkzaam zijn. Er worden in dat jaar 23 grote en 103 kleinere vaartuigen gebouwd 17). Eén van die werven was die van Otte L. Lantinga

Verhuur
Omdat bij een grote schoonmaak omstreeks 1920 de werfboeken zijn opgeruimd (verbrand) weten we niet welke schepen door Otte Lantinga gebouwd zijn. Uit de notariële archieven is ons wel bekend dat hij een aantal schepen verhuurde, deze werden veelal op de eigen werf vervaardigd. In de periode van 1810 tot 1860 werden te IJlst tientallen schepen verhuurd. Dit geschiedde niet alleen door scheepstimmerlieden maar ook wel door houtkopers, boeren, timmerlui of arbeiders.
Zo bijvoorbeeld op 26 februari 1830 18): Huurcontract tussen Cornelis Luits Nijdam (de leermeester van Otte Lantinga), scheepstimmerman te IJlst, gelastigde van L. Wildschut te Amsterdam en Thijmen Jarigs Nooitgedagt, schipper te IJlst en huurder voor de tijd van 17 jaren van een overdekt kofschip 'het Fortuin' voor een bedrag van f 500,-. Thijmen Jarigs Nooitgedagt huwde op 28-2-1830 in IJlst met Jeltje Alles Fortuin, vandaar misschien de naam van het schip. Wat de Lantinga's aangaat vonden wij in de Nieuwe Notariële archieven de volgende overeenkomsten:
- 1845, 26 mei bij notaris Abr. W. Nauta te IJlst (volgnr 34): Huurcontract voor 7 jaren tussen Otte Lolkes Lantinga, scheepstimmerman te IJlst en Hendrik Jetzes Wouda, koopman in tuinzaden te Sneek, betreffende een overdekt gewegerd kofscheepsje genaamd 'den Handel' voor een jaarlijkse huursom van f 100,- buiten de lasten.- 1845, 16 september (volgnr 48): Huurcontract voor 2 jaren tussen Otte L. Lantinga scheepstimmerman te IJlst, verhuurder, en Anne Melles Rauwerda, schipper te Rauwerd, huurder van een overdekte praam, genaamd 'de Jonge Jan', voor eene jaarlijkse huursom van f 100,buiten de lasten.- 1847, 26 februari (volgnr 10): Huurcontract voor 10 jaren tussen Otte L. Lantinga en Jan en Melis Wal les Oppedijk, houtkopers te IJlst enerzijds en IJpe Tijmens Nooitgedagt, schipper aldaar, anderzijds betreffende een overdekte praam 'de Jonge Sjoerd'. Jaarlijks de eerste negen jaar voor f 50,- en het laatste jaar f 35,- buiten de lasten.- 1850, 20 februari (volgnr 9): Huurcontract voor vijf jaar tussen Willem H. Ringnalda, burgemeester en houtkoper te IJlst en Otte L. Lantinga Scheepstimmerman aldaar ter ene zijde zij waren buren), en Pieter Sijtzes Buma, schipper te IJlst ter andere zijde betreffende een overdekt gewegerd schuitje genaamd 'de Goede Verwachting'. Huur per jaar f 92,- buiten de lasten.- 1851, 10 februari (volgnr 9): Huurcontract tussen O.L. Lantinga scheepstimmerman te IJlst en Klaas Jans Folbeda schipper te Kimswerd huurder van een overdekte praam 'de Jonge Jan' voor drie jaar. Huursom buiten de lasten f 219,75.
- 1879, 4 maart bij Notaris Gerardus Benthem Reddingius te IJlst. Huurcontract tussen Otte L. Lantinga, scheepstimmerbaas te IJlst ver huurder en Siemen Sjoerds Heslinga, winkelier en potschipper te IJlst, huurder van een overdekt onbewegerd potscheepje genaamde 'de Vier Gebroeders' voor de tijd van negen jaar

Van de door Lolke Ottes Lantinga gebouwde schepen weten we gelukkig iets meer.
Mr Huitema noemt in zijn boek 'Ronde en Platbodemjachten' enige boeiers, gebouwd door F. Lantinga IJlst (moet zijn L. Lantinga). We nemen ze hier over en voegen enige gegevens toe.
- 1895, Rana, OC 1, lengte 8.05 meter, breedte 3.10. De schepenlijst van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodem van 1969 geeft aan als eigenaar G. Popma te Oppenhuizen.

- 1904, Catharina, later Agnesje. Lengte 10.54 meter, breedte 3.94. In 1904 gebouwd voor jhr A. van Smynia. In 1939 wordt de Catharina verkocht naar Smyrna in Turkije 19). Vanaf 1953 was zij in Engeland als opleidingsschip van het Finchley Sea Cadet Corps. De heer H. de Ruig uit Amsterdam trof het schip in Engeland sterk verwaarloosd aan. Dankzij vooral zijn bemoeienissen is de boeier in 1979 naar Nederland gekomen en ligt thans te Workum bij de werf van Roelof van der Werff te wachten op een grote opknapbeurt.
- 1907, Admiraal de Ruyter, later Mercator, 22 ton, lengte 11.66, breedte 3.90 meter. Ondermeer was Jhr H.W. Stoop eigenaar tot 1918.
- 1908, Vrouwe Johanna, ex Mimi, lengte 9 meter, breedte 3.20 meter. Gebouwd voor mr P.C. Andreae uit Sneek. De schepenlijst van 1969 geeft aan als eigenaar dr J.W. Bos te Overveen, hij liet het schip geheel restaureren.

De boeiers van Lantinga zijn, aldus mr Huitema, zonder uitzondering stoere schepen, ze behoren veelal tot de grotere boeiers. In eerder genoemd boek deelt de heer Zaal, die een botenverhuurbedrijf aan de Kralingse plas had, mee dat hij in 1914 wel 40 tjotters van Lantinga in bedrijf had. Ook wordt hier nog melding gemaakt van het Jachtregister van de A.N.W.B., 1925. Hierin zijn 6 boeiers en 34 jachten en tjotters van Lantinga opgenomen.

De schepen die bestemd waren voor opdrachtgevers uit 'Holland' werden meestal in Lemmer aan de nieuwe eigenaren overgedragen. In hotel De Wildeman aldaar werd dan afgerekend. Maar het gebeurde ook wel dat de 'nieuwkoop' thuis of naar een bepaalde plaats werd gebracht. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een brief van Bonne O. Lantinga, geboren te IJlst in 1847, later wonende te Warga. 'IJlst 1887 - Piet van Dijk (stuurman), Lolke O. Lantinga (scheepsbouwer), Bonne O. Lantinga, Otte L. Lantinga en Theunis Bakker (knecht) zijn te samen den 12 Mei 1887 des 's morgens te half acht met de nieuwe boeijer voor den Heer Pot te Vlaardingen van IJlst gevaren, te half negen Woudsend gepasseerd, door Sloten gevaren en te 10 uur door Tacozijl in Zee gegaan. Marken gepasseerd en half zes in de Oranje sluizen geschut en half zeven te Amsterdam aan de steiger bij het Badhuis. De wind was bijzonder gunstig, mooije koelte en mooi weer. Te Amsterdam gelogeerd in het Volkskoffiehuis de Hoop, de Ruiterkade. Des Zondagsmorgens 6 uur per Spoor van Amsterdam gegaan over Enkhuizen-Staveren tot Leeuwarden. Het kaartje van Amsterdam tot Leeuwarden kost f 3,35.'
In verband met onze naspeuringen naar de schepen van Lantinga werd ook een bezoek gebracht aan de heer Lolke Lantinga te Drachten, zoon van Feike Lantinga. Daar werden ons enige foto's ter hand gesteld maar ook zes kladwerfboeken van circa 1904 tot 1922 alsmede een aantal losse aantekeningen. Het zal duidelijk zijn dat dit een grote verrassing was, temeer daar in de spaarzame berichten over de werf altijd gesteld was dat alle werfboeken verdwenen waren. Wij zijn de heer Lantinga zeer erkentelijk voor het feit dat wij deze aantekeningen mochten overnemen. De werfboeken en de aantekeningen zijn volgens de heer Lantinga gemaakt door zijn grootvader Lolke. De waardevolle gegevens uit de boeken zijn een goede bron voor een uitgebreider onderzoek. Misschien kan aan de hand van de bestekken worden nagegaan of meerdere schepen ook kunnen worden aangemerkt als zogenaamde IJlsterboot 20). Het is waarschijnlijk dat enkele bladzijden uit de boeken ontbreken, maar de notities geven toch een goed overzicht hoeveel en welke schepen er zoal op de werf werden gebouwd.
In bijlage I is de inhoud van de zes werfboeken opgenomen. Omdat van sommige boeken een aantal bladzijden los was bijgevoegd kan de hier gegeven volgorde iets afwijken van de oorspronkelijke. Het gaat om de beschrijving van maar liefst 370 schepen. De verdeling van dit aantal schepen is, in benamingen door de werf baas zelf gebruikt, als volgt:
| Scheepstype | Aantal |
| visschersboot(je) | 140 |
| zeevisschersboot | 1 |
| vischaak | 4 |
| vischpunter | 1 |
| boot(je) | 54 |
| roeiboot(je) | 6 |
| boere(melk)boot(je) | 16 |
| schippersbootje | 9 |
| bootje of tjottertje | 1 |
| wildschieterboot(je) | 5 |
| zeilboot of jacht(je) | 4 |
| roei-, zeilboot(je) | 12 |
| zeilboot(je) | 77 |
| zeiljacht(je) | 10 |
| open jacht | 1 |
| jacht of tjotter | 1 |
| tjotter(tje) | 6 |
| sloep(je) | 13 |
| roeisloep | 1 |
| zeilschouw | 1 |
| schip | 1 |
| praam | 2 |
| (plezier)boeijer | 4 |
| --- | --- |
| totaal | 370 |
De 'beschrijvingen' bevatten in het algemeen de maten van het nieuwe schip, gegevens over materialen en toebehoren, tijdstip van levering en de prijs. In enkele gevallen zijn interessante gegevens toegevoegd:
Inruil van 'het oude boot'-was mogelijk, evenals koop op afbetaling.
Soms spreekt de liefde voor het vak uit de aantekeningen:
'Een klein nieuw mooi tjottertje gemaakt voor den Heer H.C. Lefering te Buiksloot (1906)'.
'Een klein mooi sloepje gemaakt voor Pieter Visser IJlst (1913)'.
'Een knap 14V2 vts bootje gemaakt voor B. Haagsma, Heidenschap (1921)'.
Als een schip van bepaalde afmetingen goed voldeed werden hiervan soms meerdere exemplaren besteld:
'Sept 1910. Een nieuw visschersboot gemaakt voor Dam, Nijezijl, is in alles vrij gelijk als het visschersboot van Harmen v.d. Meulen te IJlst'.
'27 Juny 1911. Heden een nieuw visschersboot aangenomen te maken voor de zoon van A. Vogelzang te Laaxum, moet zijn zoals het boot in 1907 gemaakt voor Auke Boersma'.
'11 oct 1911. Tjotter voor den Heer Christijn A'dam, moet in alles gelijk zijn aan welke ik in act geleverd heb aan de Heer Hendriks te A'dam'.
Het opgeven van een bepaalde maat kon ook op de volgende manier: Visschersboot voor M. Zwerver Zuidlaren (1910). 'Zoo wat 21 duim hol op de vloering, voorend wat kort en lang ruim, naar een touwtje in zijn brief.’
Als de nieuwe boot de eigenaar niet beviel werd er een andere gebouwd. Men stelde blijkbaar veel prijs op tevreden klanten:
'1904. Een 15 vts visschersboot met de boegen alleen in 't ruim doorgezaagd om 't scheuren, was alzoo de Vries (Warns F.B.) niet naar 't zin. Daarom bovengenoemd boot er voor in de plaats gemaakt'.
'1913. Een 15 vts visschersboot gemaakt, was bestemd voor Dam, Nijezijl, maar was even te wijd. Nu verkocht naar Leiden, met roer en zwaarden, rijmen en kloet en mast, spriet en een zeiltje, zamen voor f 100,-.
In 1922 werd een visschersboot gemaakt voor A. Visser te Leeuwarden, maar de koop ging niet door omdat de opdrachtgever overleed: "t is 16 1/2 vt lang, met roer en zwaarden, nu is 't te koop'.
Verreweg de meeste schepen die werden gebouwd waren beroepsvaartuigen. Dat zal ongetwijfeld één van de redenen geweest zijn, dat sommige opdrachtgevers hun schip zo snel mogelijk gereed wilden hebben.
'1907, 25 Mei. Groot zeilboot voor Kuiper Workum, moet op het aller spoedigst klaar'.
'1906, 16 April. Naar Franeker besteld door schipper J. v.d. Akker te Workum een 15 vts visschersboot, zoo spoedig als 't kan klaar'.
Tussen de losse aantekeningen bevindt zich een brief die aldus eindigt: 'N.B. Met een veertien dagen klaar? Wij hebben er groot behoefte aan. Groetend, Douwe Visser Dedgum.'
Om een indruk te geven van de aard van de aantekeningen volgt hier als eerste het bestek van de boeier Mimi, later Vrouwe Johanna genaamd:
'1908. Maten van de nieuwe Boeijer van den Heer Mr P.C. Andreae te Sneek. De lengte over stevens is 8 meter, voorsteven valt op 6 voet lengte geheel van boven van de punt af. 18 1/2 duim. De agtersteven valt op zijn geheel lengte 6 duim of 112 voet. De boeijer boeit hoog voor van af de onderkant van de kiel 6 voet. Achter idem 4 vt en 11 duim is wijd over de neergangen binnen uit de stevens gemeten 7 voet van daar voor 8 voet. Agter 6 voet en 10 duim. Kant over de neergangen en in de midden 7 duim op de enden 8 duim. De vlakpunten zijn hoog van onder kant van de kiel voor 4 voet en 3 duim en: agter 31/2 voet. De vaarsteven is hoog regt op gemeten van onderkant kiel schraag 81/2 voet. De agtersteven dito 6 voet 2 duim voor breed bezijden mant je 13112 duim, agter breed bij de steven 10 duim. De voorend is lang schraag 10112 voet, de roef is lang boven 8 vt 5 duim, de stuurstoel is lang van af agterkant steven tegen roefschod schr 8 voet ingang roef hoog ruim 4 voet. Bollestal balk hoog boven kant boven 't kolswijn 20 duim. Rijswarings hoog boven de legwaring voor 9 duim agter 19 duim, alles te zamen breed boven het berkhout breed zonder sponning 6 duim, koker hoog boven scheerstok 26 1/2 duim, banken in de stuurstoel hoog 18 1/2 dm en breed 17 1/2 dm.

Warings wijd voor 18 duim, agter 17 duim, band hoog boven 't dek 10 duim. Zwaarden lang bijna 9 voet en breed 5112 voet. Met de neergang boeg of oord zijn er 7 boegen aan de steven, de koker is wijd 101/4 duim'.
Feike Lantinga vertelde in 1956 het volgende over dit schip: 'Mr Andreae eiste een zwaar gebouwd schip (berghouten zijn bijzonder zwaar) daarom was het niet één van de mooiste boeiers, die door ons gebouwd is' 21).
In het jaar 1905 werd o.a. de volgende notitie gemaakt:
'Een wildschieter bootje gemaakt, besteld door de Rijksveldwachter A. Bangma te Grouw, lang 4.30 meter wijd binnenwerk 1.22 meter en hol met lat op 't buizel 0-45 meter met roer en zwaarden, geen roeiwerk en geen rijmen prijs 70 gld, flink batje voorin.
Even later nog een vrij gelijk bootje gemaakt voor Halbertsma te Grouw zonder roer en zonder zwaarden ook geen rijmen prijs 64 gld.'
En tenslotte een willekeurige 'boot' uit 1920: 'Een nieuw visschersboot te maken voor Sjoerd Hofstra, visscherman te Sneek, moet lang zijn 17 voet, voorend ruim 6 voet en de vlap 3 duim langer. Bun lang 4 1/2 vt. ruim lang tussen mastbanken en bun 6 1/2 voet. hol op vloering 2 vt. en 2 dm. wijd binnenwerk 5 1/2 voet. Koper in de zijden, lange smalle zwaarden. Prijs f 225,- het oude boot gesteld op 80 gulden dat de man er meer voor koopt zamen deel en -roeidollen er bij'.
Tot zover de aantekeningen van Lolke Ottes Lantinga. Hij overleed op 8-7-1923 te IJlst en werd aldaar begraven. Kopieën van zijn zes werfboeken en van de losse aantekeningen zijn thans aanwezig in het Fries Scheepvaart Museum te Sneek. Daar zijn ook twee scheepstekeningen bewaard, namelijk van de Mimi uit 1908 en van een niet nader te identificeren boeier.

Van Feike Lantinga is bekend dat hij nooit iets opschreef. Alleen in de periode van 1918, toen hij de leiding van de werf overnam, tot en met 1922, weten we middels de door zijn vader gemaakte aantekeningen welke schepen hij heeft vervaardigd. Nadien zijn er dan ook geen cijfers bekend van het aantal door hem gebouwde schepen.
Wel is bekend welke soort schepen hij bouwde. Dat waren onder andere boeiers (kleiner dan die van zijn vader Lolke), Friese jachten, tjotters, 'wyldsjitterkes', visbootjes, schouwen, roeiboten voor de boeren en een aantal houten motorjachten.
De hierbij gepubliceerde foto is genomen omstreeks 1930. Het schip, genaamd Wetterfortier, werd omstreeks 1927 gebouwd voor de heer Jentje Nooitgedagt, schaatsenfabrikant uit IJlst. Volgens zijn zoon, de heer Jan Jentjes Nooitgedagt, had Feike Lantinga deze schepen zelf ontworpen. De Wetterfortier was 10 meter lang en 2.50 meter breed. De laatst beken de eigenaar is de familie Jans, Hotel Jans, te Rijs in Gaasterland.

In 1954 beëindigde Feike Lantinga zijn laatste 'grote' opdracht.
Het was het Friese jacht Bestevaer (lengte 5.45 meter), dat gebouwd werd voor de heer A. Schermer uit Arnhem. Dit schip is thans eigendom van de heer H. Pels uit Velp. 22)
Bij de beroepsvissers waren de boten van de Lantinga's ook gewild.
De heer Joh. Molenaar uit IJlst vertelde mij hierover de volgende anekdote:
'Een IJlster visser, IJsbrand (Brand) Zandstra genaamd, had een nieuwe boot in Heeg gekocht. Op zekere morgen voeren hij en zijn concurrent Anne de Haas gelijktijdig vanuit IJlst de Geeuw op, richting Sneek, om hun netten en dobbers te plaatsen. De beide vissers roeiden zo snel mogelijk om het eerst bij de beste plekjes te zijn. De Haas won de strijd en liet Zandstra achter zich. Toen deze zag dat hij verloren had schreeuwde hij: ‘t Is mis bliksem, ik hie in boat van Feike hawwe moatten!’
De oud-IJlster de heer Gerrit van der Horst, nu woonachtig te Veenendaal, kon ook veel interessante informatie geven. Hij heeft drie verschillende periodes op de werf gewerkt. Hier volgt zijn verhaal, dat hij in een brief vastlegde: 'Ik kan mij de oude Lolke Lantinga nog vaag herinneren. Hij was een bekwaam scheepsbouwer. Jammer dat hij stokdoof was, zodat hij een teruggetrokken man was. Maar ik zie hem nog bezig met het branden van de boegen. Dat ging zo, de plank werd met het uiteinde onder een ijzeren beugel aan de muur gestoken. Dan werd er met riet gestookt aan de onderkant en de bovenkant werd goed nat gehouden, met op het uiteinde gewicht en zo kwam er 'bocht' in de plank. Dit was ook alles gezichtswerk om de juiste hoeveelheid 'bocht' te krijgen.
Dit vak deed Feike ook, en ik heb daarbij veel geleerd. In plaats van het gewicht op het uiteinde drukte ik de plank ook wel meer of minder naar beneden. Of Feike nu wat 'rûger' (minder precies) was dan z'n vader weet ik niet, maar wel dat hij het niet zo nauw nam met de maten. Zo kan ik mij nog goed herinneren, hoe Feike de plaats bepaalde van het voetstuk van de mast. Die plaats was meestal op 1/3 van de lengte van de boot vanaf de steven. Hij deed dat niet met schietlood, maar hij nam een lat en zette daarop de 1/3 lengte. Hij hield die lat dan boven de boot, spuugde daarop wat tabakssap en liet de lat langzaam kantelen. Waar het pruimsap viel moest de mast komen!
Feike Lantinga was overigens een eerste klas vakman. Van bouwtekeningen heb ik nooit iets gezien, want hij had een model vast in het hoofd. Alles ging op het gezicht. Wel waren er enkele mallen van stevens en in houten. De werf had destijds een zeer goede naam, zelfs in Noord-Holland. In mijn tijd zijn er 2 boeiers gebouwd waarvan ik de namen en opdrachtgevers vergeten ben'.
Toen Van der Horst de werf verliet ontving hij het volgende getuigschrift:
Van der Horst kreeg een baan op de Marinewerven te Den Helder. Met de bij Lantinga opgedane vakkennis heeft hij daar jarenlang onder andere houten sloepen gebouwd voor de Nederlandse Marine.
De Lantinga's hadden ook een aantal pramen voor de verhuur. De boeren uit IJlst en omgeving maakten van deze pramen gebruik om hooi, mest, vee en dergelijke te vervoeren. Wat de toeleveringsbedrijven aan gaat kan nog het volgende worden vermeld. Hout werd betrokken van de plaatselijke houthandelaren Oppedijk en De Vries, maar eikenhout ook wel van de fa. Berkemeijer uit Drachten, koper-/ijzerbeslag van Johannes en Taeke Visser die vroeger een smederij in IJlst hadden, masten van firma Lolke van der Werf, Koopmansgracht Sneek, zeilen en touwwerk van zeilmaker Gaastra uit Sneek, verf en lak van Tjallema Sneek. De roerleeuwen werden vaak gesneden door een zekere H. Cnossen, in de volksmond Hâns Bokking genaamd. Deze woonde eerst in het bekende huis 'de Messingklopper' te IJlst, maar had later zijn onderkomen in een woonschip (een snik) met als vaste ligplaats 'de Kamp', dat is de vroegere IJlster vuilstortplaats. Hij verdiende de kost o.a. met het scherpen van zagen en houtsnijden. In 1959 verhuisden Feike Lantinga en zijn vrouw naar Drachten en overleed aldaar. Dat betekende het definitieve einde van drie generaties scheepsbouwers Lantinga die bijna 110 jaar in IJlst schepen bouwden.
Bijlage II bevat een uittreksel van de schepen lijst 1979-80 van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Van de hier genoemde schepen zijn enkele mogelijk, maar de meeste met zekerheid, door een Lantinga gebouwd.
Deze lijst is niet volledig omdat niet alle bezitters van een Lantinga-schip lid zijn van bovengenoemde Stichting. Hopelijk blijven de schepen van de Lantinga's nog lang in de vaart tot 'Nut en Nocht' van eigenaren en toeschouwers.
IJlst, maart 1981
Fr. Boschma
Bijlage I - Werfboek nr.1
Verkorte inhoud van de 6 kladwerfboeken van Lolke Ottes Lantinga. Waar mogelijk zijn bouwjaar, soort schip, lengte, koper en prijs aangegeven.
| Jaar | Datum | Soort schip | Lengte | Naam Koper/Opdrachtgever | Prijs (in Guldens) | |
| 1904 | 7 Jan. | visschersbootje | 16 voet | Tjerk Visser, Sneek | f 80,- | |
| 23 Jan. | visschersbootje | 14 voet | Hillebrand Oppenhuizen, Oppenhuizen | f 64,- | ||
| visschersboot | 15 voet | J. Soedema, Harlingen | f 75,50 | |||
| visschersboot | 15 voet | Simon Postuma, Zoutkamp | f 68,- | |||
| visschersboot | 15 voet | E.M. de Vries, Warns | ||||
| groot zeilboot | 4.80 mtr | te koop gemaakt | ||||
| bootje | 14 voet | Willem Jager, Workum, toe op zijn oud bootje | f 42,- | |||
| bootje | 13½ voet | P. v.d. Horst, Idzist | ||||
| bootje (2x) | 14½ voet | te koop gemaakt | ||||
| sloep (2x) | 14½ voet | te koop gemaakt | ||||
| 15 Dec. | visschersboot | 15 voet | K.H. Vos, Foxhol | f 64,- | ||
| boot | Nauta, Idzist | |||||
| 1905 | – | visschersboot | 15 voet | K.J. Hammingh, Garnerwd (Gr.) | f 70,- | |
| – | klein bootje | 12 voet | IJzer Helling, Idzist | f 75,- | ||
| – | zeilboot | 4.55 mtr | Hille Visser, Workum | |||
| – | roeiboot met | 15 voet | W.s.v.d. Zijp, Wulverum | f 90,- | ||
| – | wildschierbootje | 4.30 mtr | Rinkswedwakter C. Bangma, Grouw | f 70,- | ||
| – | een vrij gelijk bootje | Halbertsma, Grouw | f 64,- | |||
| – | visschersboot | 16 voet | G.J. de Vries, Zoutkamp | f 80,- | ||
| – | visschersboot | 15 voet | T. Zwerver, Vislviet | f 65,- | ||
| – | vischaak | 29 voet | Tjerk v.d. Veen, Oosthem | |||
| 1906 | April | plezierboeijer | 8 mtr | D. Schuitemaker, Noord-Scharwoude | ||
| tjottertje | 12 voet | H.C. Lefering, Buiksloot | f 90,- | |||
| bootje of tjottertje | 14 voet | C.H. Potten, Grts Kooijboek op Langedijk | f 150,- | |||
| visschersboot | 15½ voet | gemacht van Oudeblijzijl, besteld door R.K. Feenstra, te Heeg | f 70,- | |||
| 19 Junij | visschersboot | 15½ voet | G.G. Postma, Eernewoude | f 78,- | ||
| bootje | 15 voet | gemaakt te koop | ||||
| bootje | 14½ voet | Marten Visser, Idzist | ||||
| bootje | 14½ voet | Sijmen Baarda, Wolsumerketting | f 75,- | |||
| visschersboot | 15½ voet | Jan L. Klaassen, Kollumerzwaag | f 82,50 | |||
| visschersboot | 15½ voet | te koop gemaakt | ||||
| visschersboot | 16 voet | Johannes Vogelzang, Laaxum | f 110,- of f 115,- | |||
| 1907 | Maart | visschersboot | 16 voet | F. Helder, Oostwold Gem. Leek | f 85,- à f 87,- | |
| 09-mrt | visschersboot | 16 voet | Auke W. Bakker, Laaxum | f 95,- | ||
| 12-mei | bootje | 14 voet | Otte Huisman, schoenmaker, Vijfhuis | f 60,- | ||
| roeiboot | 15½ voet | Popper Attema, Idzist | f 87,- | |||
| 21 Junij | boot | 15 voet | W. Wijbenga, Idzist, toe op 't oude boot | f 85,- | ||
| 17-mei | visschersboot | 15½ voet | F. Helder, Oostwold Gem. Leek | f 78,- | ||
| 13 Junij | visschersboot | 15 voet | U. Deinum, Makkum | f 75,- | ||
| 17 Junij | visschersboot | 15 voet | E. de Vries, Warns | f 68,- à f 67,- | ||
| 1907 | 25-mei | een soort wildschierbootje | 4.80 mtr | de Rijksveldwachter van Wijckel | f 75,- | |
| Juli | zeilboot | 16 voet | Kuiper, boer te Workum, toe op zijn boot | f 125,- | ||
| boot | 16 voet | M. Zwerver, Zuidlaren | f 87,- | |||
| Juli | visschersboot | 16 voet | Abr. Postma, Friescheveen/Paterswolde | f 90,- | ||
| schip | Luitzen Buma | |||||
| 1907 | Gemakte nieuwe booten vanaf Augustus 1907 | |||||
| – | visschersboot | 17 voet | A.W. Bakker, Laaxum | f 115,- | ||
| – | zeilboot | 16 voet | Zoethout, verwer te Abbegasterketting | f 200,- | ||
| – | boot | 14 voet | Engele de Jong, Abbegasterketting | f 75,- | ||
| – | Boeijer | 14 mtr | de Heeren Brandjes Dalmeijer en Rogier te Rotterdam | |||
| Sept. | vischbootje | 15 voet | dhr. Kingma Boltije, Grouw | f 75,- | ||
| – | zeilboot | 4.40 mtr | gemaakt naar Rotterdam | f 350,- | ||
| – | sloep | gemaakt naar Den Haag | ||||
| – | zeilboot | 4.55 mtr | Dr Potter, Br. op Langendijk | |||
| – | boot | 4.40 mtr | veruilt aan Jolle Jager, Dijken Langweer | |||
| – | boot | toe op een oud jacht | f 60,- | |||
| – | boot | 4.40 mtr | te koop gemaakt | |||
| – | boot | 4.80 mtr | te koop gemaakt | |||
| 21 Dec. | roeiboot | 17 voet | Westra, Terhorne | f 75,- | ||
| Dec | visschersboot | 17 voet | Popke H. Visser, Laaxum | f 115,- | ||
| 1908 | April | visschersboot | 4.50 mtr | Tj. Wester, Eernewoude | f 75,- | |
| 16-apr | visschersboot | 15 voet | naar Franeker, besteld door sch. J.v. Akker, Workum | f 72,- | ||
| – | schippersbootje | 3.50 mtr | naar Utrecht, besteld door Directeur Wortelboer | f 90,- | ||
| – | boot | 14 voet | W. Attema | f 70,- | ||
| 3 Aug. | visschersboot | 15½ voet | Otte Postma, Kollumeroûtzijl | f 80,- | ||
| 18 Aug. | boot | 14 voet | Sluisw. van Wetsingersluis, Gem. Adorp (Gr.) | f 105,- | ||
| Aug. | Visschersboot | 16 voet | R.W. Tjoering, Eernewoude | |||
| 4 Sept. | visschersboot | 16 voet | Gerrit Klinkenberg, Makkum | f 90,- | ||
| 9 Sept. | boerenbootje | 14 voet | K. Daniëls, Oosthem, toe op zijn boot | f 60,- | ||
| visschersboot | 15 voet | Harntje R. Hiemstra, Idzist | f 72,- | |||
| Oct. | schippersbootje | 12½ voet | P. Zwaga, Bolsward, toe op zijn oude boot | f 37,- | ||
| Oct. | schippersbootje | 16 voet | G. Dulker, Tjalkschipper | f 150,- | ||
| najaar | boeremelksbootje (2) | 14 voet | te koop gemaakt | |||
| verkocht aan J. Kuiper, Noord-Scharwoude | f 90,- | |||||
| najaar | sloep (2x) | te koop gemaakt | ||||
| najaar | zeilboot | 6 mtr | R.W. Visscher, Appingadam | f 550,- | ||
| 1909 | Maart | visschersboot | 16 voet | S. Hoogland, Sijbrandaburen | f 87,- à f 88,- | |
| – | boeremelksbootje | 16 voet | H. Huitema, Juitrijp, toe op het oude | f 90,- | ||
| – | boeremelksbootje | Breekveld, Idzist, toe op het oude | f 50,- | |||
| voorjaar | open jacht | 6 mtr | te koop gemaakt | |||
| April | visschersboot | 16 voet | Harmen v.d. Meulen, Idzist | f 86,- | ||
| visschersboot | 4.60 mtr | Rinze Spoelstra, Snakkeburen | f 90,- | |||
| Mei | bootje | 14 voet | P. Rollema, Idzist | f 80,- | ||
| boeremelksbootje | 16 voet | J. Dijk, boer te Workum | ||||
| 3 Junij | boerenboot | 15 voet | J.R. Visser, Sloten | f 120,- | ||
| visschersbootje | 15 voet | K.T. Bonnema, Tjummarum | f 70,- | |||
| 1909 | 11 Aug. | visschersbootje | 15 voet | Tjerk v.d. Veen, Oosthem | f 70,- | |
| zeilboot (Nut en Nocht, Fr.B.) | 22 voet | dhr D. v.d. Lei, Olijlsjager, Langweer | f 800,- | |||
| 1908 | – | Roeijer | 8 mtr | Mr P.C. Andrea, Sneek (de mimi, later Vrouwe Johanna en Thans Pleuntje genaamd. Fr.B.) | f 240,- | |
| 1909 | Oct. | zeilboot | 4.40 mtr | M. Rooseboom, Rotterdam | f 230,- | |
| Oct. | visschersboot | 16 voet | Tjerk Wester, Eernewoude | f 82,50 | ||
| 1910 | 12 Jan. | visschersboot | 15 voet | R. Visser, Leeuwarden | f 88,- | |
| tjottertje | 4.30 mtr | Sollaart, Den Haag | f 210,- | |||
| visschersboot | 15½ voet | Tjerk Hingst | ||||
| 19 Febr. | visschersboot | 16 voet | Siemen Hoogland, Sijbrandaburen | f 84,- | ||
| 26 Mrt. | visschersboot | 16 voet | M. Zwerver, Zuidlaren | f 85,- | ||
| 05-apr | visschersboot | 17 voet | Arjen Draaisma, Bolsward | f 100,- | ||
| 01-mei | vischaak | 27 voet | Harmen v.d. Meulen, IJlst | f 675,- | ||
| 19-mei | visschersboot | 16 voet | Jan Lichthart, Harlingen | f 90,- | ||
| visschersboot | 15 voet | Pieter Venema, Sijbrandaburen | f 90,- | |||
| sloep | 15½ voet | J. Oppedijk, IJlst | ||||
| schippersboot | 15½ voet | M. Klein, aardappelschipper. Besteld door directeur Wortelboer, alhier | f 120,- | |||
| Junij | visschersboot | 16½ voet | R. Visser, Leeuwarden | f 88,- | ||
| boot | 4.90 mtr | Eepe J. Visser, Ternaard toe op 't oude | f 70,- | |||
| visschersboot | later Jan Spoorda, Winsum | f 90,- | ||||
| visschersboot | 17 voet | J. Visser, Ternaard, geruild | ||||
| boot | 14 voet | Klaas Dijkstra, IJlst | ||||
| Sept. | visschersboot | Dam, Nijezijl | f 90,- | |||
| 1910 | 31 Dec. | visschersboot | 15 voet | Klaas Draaisma, Burgwerd | f 85,- | |
| 1911 | 4 Jan. | visschersboot | 15 voet | Johs. Hollander, Bolsward | f 78,- | |
| 10 Jan. | visschersboot | 17 voet | Feike Buma, Oudega W | f 100,- | ||
| Mrt. | visschersboot | 17 voet | Petrus Nota, Glijbakkerij Bolsward | f 110,- | ||
| visschersboot | 17 voet | R.W. de Jong, kaaskoopsman, IJlst | f 100,- | |||
| roezeilboot | O. Verf, v. Leiden | f 240,- | ||||
| vischpunter | 19 voet | A. Buijs, Sneek | f 127,50 | |||
| visschersboot | 16 voet | R. Zwerver, Winsum (Gr.) | f 90,- | |||
| 19-mei | schippersboot | 13½ voet | v.d. Noord, schipper, Leeuwarden | f 80,- | ||
| 13 Jun. | visschersboot | 16 voet | Tjeerd Hingst | f 82,- | ||
| 27 Jun. | boot | 15 voet | Rogaar sluishw. Wetsingersluis (Gn.) | f 80,- | ||
| 27 Jun. | visschersboot | 17 voet | A. Vogelzang, Laaxum | f 115,- | ||
| Jul. | visschersboot | 15 voet | de Erfgen. van Harmen v.d. Meulen, IJlst | f 75,- | ||
| visschersboot | 17 voet | J. Roorda, Winsum | f 107,50 | |||
| zeilboot | 4.60 mtr | P.W. de Lange, Rotterdam | f 250,- | |||
| Aug. | visschersboot | 18½ voet | Jan de Vries, Laaxum | f 150,- of f 155,- | ||
| visschersboot | 15 voet | Gerben v.d. Veen, Abbegasterketting | f 70,- | |||
| zeilboot | 16 voet | v. Hendriks, Rotterdam | f 240,- | |||
| 1911 | Oct. | visschersboot | 15 voet | Jacob Dijkhuis, Zoutkamp | f 72,50 | |
| 11 Nov. | tjotter | 16 voet | P.J.A. Chrispijn, Amsterdam | f 250,- | ||
| zeilbootje of jachtje | 4.60 mtr | W.P. de Vries, Rotterdam | f 350,- later f 385,- | |||
| 1912 | Jan. | visschersboot | 15½ voet | Jan Posthumus, Dokkum | f 85,- | |
| Febr. | visschersboot | 15 voet | M.K. Fridsma, Welsrijp | f 78,- | ||
| Febr. | visschersboot | 15½ voet | Th.J. de Groot, Idskenhuizen | f 85,- | ||
| 17 Febr. | visschersboot | 16½ voet | J. v.d. Horst, vischkooper, Sneek | f 95,- | ||
| 26 Mrt. | tjotter | Welijgers, Rotterdam | f 250,- | |||
| – | zeilboot | 4.65 mtr | M.P. de Vries, Rotterdam | f 350,- | ||
| Apr. | zeilboot | 16 voet | L. Velleijga, Rotterdam | f 280,- | ||
| Apr. | zeilboot | 5.65 mtr | H. Bothe, Amsterdam | f 500,- | ||
| Apr. | zeiljacht | 6.36 mtr | Johs Klein, Rotterdam | f 800,- | ||
| – | zeilboot | 16 voet | Herman de Jonge, Rotterdam | f 250,- | ||
| – | boot | 4.40 mtr | J. de Jong a/d Koeverde (Langw) | f 170,- | ||
| 24 Jun. | roeibootje | 3.70 mtr | L. Kielterp, Makkum | f 57,50 | ||
| 25 Jun. | zeilbootje | 4.60 mtr | Wildschut, Gastmeer voor Postma, winkelier, Gaastmeer (f 10,- voor Wildschut!) | f 260,- | ||
| 17 Sept. | zeilboot of jacht | 5.60 mtr | D. Bergstra, Abbega | f 310,- | ||
| – | zeilboot | 5.60 mtr | Bern. Bothe, Amsterdam | f 555,- | ||
| – | zeilboot of jachtje | 17 voet | Goudzwaard, Rotterdam | f 555,- | ||
| – | zeilboot | 4.80 mtr | D.J. Beijers, Rotterdam | f 350,- | ||
| – | jacht of tjotter | 5 mtr | V. Hendriks, Rotterdam | f 540,- | ||
| – | zeilboot | 5.25 mtr | v. Twigt, Rotterdam | |||
| – | zeilboot | 5.60 mtr | P. de Reus, Amsterdam | |||
| 1913 | – | visschersboot | 16 voet | Bijnse T. Jagersma, Eestrum | f 75,- | |
| – | visschersboot | 15 voet | W. Rinsma, Gerkesklooster | f 77,- | ||
| – | visschersboot | 14½ voet | Reinder Ferwerda, Bolsward | |||
| – | visschersboot | 16 voet | Dam, Nijezijl | f 80,- | ||
| – | visschersboot | 16 voet | M. Zwerver, Zuidlaren | f 90,- | ||
| – | zeilbootje | 15 voet | Lintjer, Appingadam | f 156,20 | ||
| – | zeilbootje | 15 voet | Haan en Visscher, Appingadam | f 156,20 | ||
| – | visschersboot | 16 voet | R. Zwerver, Winsum Gr. | f 85,- | ||
| – | visschersboot | 17 voet | J. Feenstra, Poppenlittens (mogt wel 5 gld meer kosten) | f 110,- | ||
| – | boot | 14½ voet | A.G. Visser, IJlst | f 80,- | ||
| – | visschersboot | 15 voet | D. Visser, Dedgum | f 84,- | ||
| – | visschersboot | 16 voet | verkocht naar Leiden | f 100,- | ||
| 9 Aug. | visschersboot | 16 voet | Popke Visser, Laaxum | f 165,- | ||
| Nov. | zeilboot | 4.60 mtr | Drost, Amsterdam | |||
| – | roeibootje | C. Zaal, Rotterdam | ||||
| – | roeiboot | 5.25 mtr | Loos, Rotterdam | f 90,- | ||
| – | zeiljachtje | 5 mtr | J. de Jong, Helgman, Gr. | f 250,- | ||
| – | zeilboot | 4.65 mtr | B. Veldhuizen, Rotterdam | |||
| – | zeilboot | 5 mtr | Drost, Amsterdam | f 400,- | ||
| – | visschersboot | 15 voet | J.S.V.T. Groot | f 82,50 | ||
| – | visschersboot | 17 voet | naar Westhem | |||
| – | zeilboot | 4.65 mtr | Blank, 's-Gravenhage | f 350,- | ||
| – | visschersbootje | 15 voet | naar Arum | f 78,- | ||
| – | roei-zeilbootje | C. Kloostra, Juitrijp | f 100,- | |||
| – | sloep | 15 voet | Zandstra, Juitrijp | f 37,- | ||
| – | sloep | 16 voet | R. de Jong, IJlst | f 27,50 | ||
| 1914 | – | sloepje | Pieter Visser, IJlst | f 94,- | ||
| – | boere melkbootje | Foppe Klijnstra, Juitrijp | f 450,- | |||
| – | zeilboot | 5.20 mtr | W.H. Brandsma, Amsterdam | f 75,- | ||
| – | visschersboot | 15 voet | Johs Draaisma, Bolsward | f 85,- | ||
| – | visschersboot | 15 voet | v.d. Meer, Wons | f 115,- | ||
| – | visschersboot | Auke Schilstra, Winsum | f 115,- | |||
| – | visschersboot | IJlsbrand Zandstra, IJlst | f 100,- | |||
| – | visschersboot | 4.70 mtr | S. Kindermans, Leeuwarden | f 75,- | ||
| – | visschersboot | 15 voet | Harmen Nota, Bolsward | |||
| 1915 | – | boot | 15 voet | D. Canrinus, Oosthem | f 100,- | |
| – | visschersboot | 15 voet | Minze v.d. Veen | f 78,- | ||
| – | visschersboot | 16 voet | R. Zwerver, Winsum Gr. | f 96,- | ||
| – | visschersboot | 16 voet | f 90,- | |||
| – | boerebootje | 16 voet | J.P. de Jager, Dijken Langweer | f 95,- | ||
| – | zeilboot | 4.80 mtr | C. Zaal, Rotterdam | |||
| – | zeilboot | 4.65 mtr | Muinch Keizer, Alkmaar, J. de Jong, Helgman | |||
| – | roei-zeilbootje | 15 voet | Almoes, Appingadam | f 97,- | ||
| – | tjotter | 4.65 mtr | R. Veldhuizen, R'dam | f 77,- | ||
| Julij | visschersboot | 18 voet | G. de Vries, Zoutkamp | f 110,- | ||
| visschersboot | Anne de Haas, IJlst | f 115,- | ||||
| 19 Aug. | visschersboot | 16 voet | K. Tijsma, Kimswerd | f 99,- | ||
| Sept. | roei-zeilboot | 15 voet | H. Steffens, Rotterdam | f 160,- | ||
| – | zeilbootje | 4.45 mtr | R. Dragt, Amsterdam | f 275,- | ||
| – | zeiljacht of boot | 5.40 mtr | R. Dragt, Amsterdam | f 525,- | ||
| – | visschersboot | 4.50 mtr | G.R. v. Dam, Appingadam | f 175,- | ||
| – | zeiljacht | 5.40 mtr | Welijgers, Rotterdam | |||
| – | roeiboot | 14½ voet | te koop gemaakt | f 675,- | ||
| – | zeiljacht | 5.40 mtr | J. Kruisman, A'dam, H. Wesseling | |||
| – | zeilboot | 4.80 mtr | te koop gemaakt | |||
| 1916 | Febr. | visschersboot | 16 voet | R. Zwerver, Winsum (Gr.) | f 90,- | |
| – | visschersboot | 17 voet | L. Piersma, Exmorra | f 95,- | ||
| – | visschersboot | 18 voet | Willem Reinsma, Winsum | f 125,- | ||
| – | visschersboot | 17 voet | Siemen Hoogland, Sijbrandaburen | f 96,- | ||
| Maart | visschersboot | 15 voet | Abraham v.d. Veen, Oosthem | f 85,- | ||
| – | visschersboot | 14 voet | Haver en Visser, App.dam | f 82,50 | ||
| – | visschersboot | 15 voet | Fritsma | f 87,- | ||
| – | roei-zeilboot | 4 mtr | Docter v.d. Starp, IJlst | f 140,- |
Bijlage II - Schepenlijst van de Stamboek Ronde en Platbodemjachten 1979-1980
| Naam | Eigenaar | Type | Lengte | Bouwjaar en bouwer |
| Anna Frederika | J.M. Hesmerg, Heemstede | Tjotter | 4.90 | 1890 Lanting IJlst, in 1969 gerestaureerd door v.d. Meulen, Sneek |
| Argus | Prof. Dr. P.E. Voorhoeve, Muiderberg | Boeier | 5.40 | 1941 Lantinga IJlst, restauratie 1977 Piersma Heeg |
| Berendina | F.W.O. Engelchor, Uithoorn | Wieringerschouw | 8.18 | 1920 Lantinga IJlst |
| Bestevaer | H. Pels, Velp | Fries jacht | 5.45 | 1953 Lantinga IJlst |
| Dieuwertje | E. Wybenga, Bilthoven | Tjotter | 4.70 | 1924? Lantinga IJlst |
| Jansje Maria | Mr K.J. van Douwen, Beetsterzwaag | Fries jacht | 6.05 | 1940 Lantinga IJlst |
| Joris | mevr. R. v.d. Slijp-Wewe, Wassenaar | Fries jacht | 5.16 | ± 1880 IJlst? Restauratie 1972 Piersma Heeg |
| Minke Lokke | J.F. v.d. Stoel, Heemstede | Boeier | 6.00 | − Lantinga IJlst |
| Murkjen | H. de Ruig, Amsterdam | Fries jacht | 4.75 | 1902 Lantinga IJlst |
| Nut en Nocht | H.S. Heslinga, Den Haag | Fries jacht | 6.20 | 1908-1909 Lantinga IJlst |
| Pleuntje | Dr J.W. Steffelaar, Zwolle | Boeier | 9.00 | 1907 Lantinga IJlst |
| Roeland | Tj. Visser, Jutrijp | Fries jacht | 5.30 | ± 1900 Lantinga IJlst |
| Sibbeltje Meu | H.E. Grobbee, Beltrum | Tjotter | 4.50 | − Lantinga IJlst |
| Thomas | Ir J. Asselbergs Giethoorn | Boeier | 6.50 | 1937 Lantinga IJlst |
| Tsjeardbaes | E.W. Groeneveld, Diepenveen | Boeier | 6.10 | 1905 IJlst. Rest. v.d. Meulen, Sneek |
| De Vrouwe Anna Beatrijs | Dr J. v.d. Slijp, Wassenaar | Tjotter | 4.90 | 1907 Lantinga IJlst, rest. 1970, Piersma Heeg |
| Willemmijntje | J.M. Schalies, Zandvoort | Fries jacht | 5.86 | 1920 Lantinga IJlst |
| De Witte Walvisch | A.A. v. Gellekom, W.Knollendam | Boeier | 8.10 | 1908 Lantinga IJlst |
| Wylster | Jeugdherberg 'It Beaken' Heeg | Tjotter | 4.70 | 1926 Lantinga IJlst |
Noten
1) Gemeentearchief IJlst, O.A. 424. 2) Dr G.A. Wumkes, Stadsen Dorpskroniek dlll, '5-6-1828. Op afbraak verkocht de zeer zware toren met groote kerk (lang 34 ned.el. br. 16 el. met steenen gewelven) te IJlst.
3) Gemeentearchief IJlst, O.A. 424.
4) Gemeentearchief IJlst, Origineel Aanwijzende Tafel uit 1832 van het kadaster.
5) Aeg.v.naamsaanneming Gem. Weststellingwerf, WSW 1, A.A.Frl.
6) Ned. Aepertorium van familienamen, deel 11, Friesland, Assen 1964.
7) Nieuwsbl.v.Frl, 24 april 1935.
8) R.A.Frl.
9) Gemeentearchief IJlst.
10) R.A.Frl. en Gemeentearchief IJlst.
11) DTB 441, Trouwboeken Herv. Gem. IJlst, R.A.Frl.
12) DTB 440, Doopboeken Herv. Gem. IJlst, R.A. Frl.
13) Nieuw Notarieel archief nr 147.016, R. A. Frl.
14) Nieuw Notarieel archief nr 147.023, R. A. Frl.
15) Nieuw Notarieel archief nr 147.051, R. A. Frl.
16) Mr S.J. Fokkema Andreae en dr G. Bakker, IJlst 1268-1968, blz. 24-27. Zie ook: Tegenwoordige Staat van Friesland (1788) blz. 289 en 290.
17) Gemeentearchief IJlst, nr 2 08.
18) Nieuw Notarieel archief nr 147.012, R.A. Frl.
19) Zie ook 'De Waterkampioen' no. 911, oktober 1952 en no. 920, juni 1953 en 'De Golfslag' eind 1938 blz. 56.
20) Zie over de 'IJlsterboot': F.N. van Loon, Handleiding tot den Burgerlijken scheepsbouw, Haarlem 1820 en E. van Konijnenburg, De scheepsbouw vanaf zijn oorsprong dl. I, Brussel 1913 en U.E.E. Vroom, Vit het Peperhuis, 3e serie no 8, 9,10, oktober 1968.
21) Aantekeningen Archief Stichting Stam. boek Ronde en Platbodemjachten, F.S.M. Sneek.
22) Zie ook: 'De Waterkampioen' december 1953, blz. 595.



