Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

HET FRIESE JACHT ‘ARGO’

Pag. 310-315 SSRP Monografie 19 Het Friese jacht 'Argo’

mr dr T. Huitema

Even voor de eeuwwisseling toog Jaap Helder, bootverhuurder in Paterswolde en in die hoedanigheid 'hofleverancier' van de gasten van 't bekende Familiehotel aldaar, naar Joure om een geschikte, wat grotere tjotter te zoeken ter uitbreiding van zijn verhuurvloot. Hij had geluk want Eeltjebaas had een paar jaar daarvoor, om precies te zijn in 1895 een boot gebouwd waarvan hij zelf schrijft in het werfboek: '1895 Een Jagd gemaakt voor zelf lang 24 voet wijd in het vlak 7 voet 4 duim', Het jacht kreeg de naam 'Eeltje', naar zijn naamgenoot en kleinzoon Eelt je Romkema, die later van vele schepen van de Jousterwerf tekeningen heeft vervaardigd. (In deze publicatie vindt u bijvoorbeeld op pag. 317 zijn tekening van de aak 'Nettie'). Het schip was zoals gezegd 'voor zelf', dus voor eigen risico gebouwd en Jaap Helder zou geen goed koopman geweest zijn als hij daarvan niet probeerde te profiteren. Eeltjebaas vroeg f 1000,- maar Helder 'had maar f 900,- bij zich'. Je kunt je zo voorstellen dat er heel wat keren een klap in een stevige knuist werd gegeven alvorens men het er over eens werd dat Helder het schip tegen betaling van die f 900,mocht meenemen en 'dan zou de ontbrekende f 100,- later wel in orde komen'. Zo kwam de 'Eeltje’ in Paterswolde, waar Helder de naam direct veranderde in 'De Vliegende Hollander'.
Zoals hiervoor in het artikel over de werf van Visser reeds verhaald, diende dit jacht als voorbeeld voor een vijftal ronde jachten die door Visser tussen de jaren 1902 en 1915 werden gebouwd en waarvan er thans nog drie, de 'Johan Willem Friso', de 'Poseidon' en de 'Stanfries' varende zijn. Na een jaar of tien bleek echter dat 'De Vliegende Hollander' met een niet al te best vlak sukkelde. En over de reparatie daarvan wist de jongste zoon van de oude Wiendelt Visser zich een fraai voorval te herinneren. Voor de vervanging van het vlak werd namelijk gebruik gemaakt van hout van een eikenboom die midden tussen een veld van paddestoelen had gestaan. De houtleverancier had nergens over gesproken en dus werd dat hout zonder meer verwerkt. Maar wat gebeurde? Ongeveer een jaar later stond het hele vlak vol paddestoelen van de sporen die zich in het hout bevonden! Men was echter zuinig en moest op de kleintjes letten en Hendrik Visser vertelde dat daarom maar een gedeelte van het 'paddestoelenvlak' werd vervangen. En dit curieuze verhaal vond tot ieders verbazing z'n bevestiging in de winter 1981/1982. Toen werden in Grouw door Albert Wester een tweetal boegen vervangen van de stevenbalk tot onder de mastbalk. Dat bleek namelijk nodig omdat de naad tussen de twee gangen met geen mogelijkheid dicht te krijgen was vanwege... paddestoelen! Aan het breeuwwerk was te zien dat het hier 'oud werk' betrof, misschien dus wel uit de tijd van dat paddestoelenvlak.
Maar terug naar Jaap Helder. Deze behield het schip in bezit tot 1908 toen het werd verkocht aan W. Jongejan te Steenwijk. Deze veranderde de naam in 'Kikker' en liet het op de werf 'De Pólle' van W. Postma te Grouw geheel uit de verf halen en blank lakken. Een afbeelding en een tekening van de 'Kikker' komt op pagina 130 en 131 voor van het boek 'Schepen die voorbijgaan' van H.C.A. van Kampen en H. Kersken Hzn. Op die afbeelding zien we het zeilteken 1OD in het grootzeil.

Admiraalzeilen 1ste reünie Ronde Jachten op het Pikmeer te Grouw 4 juli 1953. Schout bij Nacht H.G. van Slooten. Foto JD de Jong, Oudkerk

Hoewel in het Noorden des lands gewoonlijk zonder voorgiftregeling werd gehardzeild had Jongejan het jacht kennelijk officieel laten meten volgens het nieuwe, in 1915 door het Congres voor Watersport ingevoerde, wedstrijdreglement. Voor de OD-klasse waren alleen lengte en breedte beperkt, ten hoogste 7 x 3 m. terwijl het zeiloppervlak vrij was. Uit wedstrijdverslagen van de KZV '0ostergoo' 1) blijkt dat Jongejan zowel in 1914 als in 1915 een tweede prijs met de 'Kikker' wint.
In datzelfde jaar 1915 verkoopt Jongejan het schip aan de kolenhandelaar N. Siebesma te Leeuwarden die de naam opnieuw verandert en wel in 'ARGO'. Ook deze eigenaar neemt aan de jaarlijkse wedstrijden van 'Oostergoo' deel en wint menige prijs. Zo in 1919 een wisselprijs aangeboden door mevrouw Lebret-Bloys van Treslong en in 1923, bij het 75-jarig bestaan van 'Oostergoo', een zilveren brandewijnskom, aangeboden door de zeilvereniging 'Sneek'. Bij die wedstrijden ging het vooral tussen de 'Mercurius' en de 'Argo' en vooral de beide schippers, R. Vlieger van de 'Mercurius' en M. Zetzema van de 'Argo', zaten elkaar steeds in de haren. Verhalen over de ruzies tussen die twee Grouwsters doen nog de ronde.
Omstreeks 1928 gaat de 'Argo' over naar notaris D. de Vries te Akkrum, die het echter snel weer verkoopt aan zijn schipper Marcus Zetzema. Deze volgt het voorbeeld van de eerste eigenaar Jaap Helder en verhuurt het jacht eveneens regelmatig, nu aan gasten van Hotel Oostergoo.
Dan wordt in 1936 M.J. Schaap te Arnhem eigenaar tot 1949, in welk jaar B.H. Braam, eigenaar van Hotel Oostergoo in het bezit komt van de 'Argo'.
Wanneer in 1953 de fameuze, eerste reünie van ronde jachten in Grouw plaats vindt fungeert de 'Argo' als vlaggeschip van eskader-commandant H.G. van Slooten, één van de initiatiefnemers en organisatoren van deze reünie.
Twee jaar later, in de zomer van 1955, koopt J.W. Tuininga, fabrikant te Helmond maar Jouster van geboorte, de 'Argo'. Er wordt veel en fel mee gevaren. Tijdens de jaarlijkse 'Oostergoo'-tocht, na de algemene ledenvergadering op 2 juni 1956, gaat de 'Argo', waarschijnlijk tengevolge van een moment van vrolijke zorgeloosheid aan boord, onderste boven in de Folkertsloot. De enige die toen zelfs geen natte voeten opliep was schipper Minze Duiker die wist dat je rustig - nou ja, rustig - over de mast naar de wal kon lopen. Volgens verhalen is de 'Argo' als 'Vliegende Hollander' ook nog al eens als huurschip omgeslagen. Als de oude Jaap Helder dan merkte dat de huurder met bovenstaand trucje droge voeten had gehouden, smeet hij hem alsnog in het water.

In 1978 ondergaat de 'Argo' een grondige onderhouds-semi-restauratiebeurt op dezelfde werf 'de Pôlle' waar dat in 1908 gebeurde, maar nu door Albert Wester. Het schip verkeert dan ook in voortreffelijke conditie, wordt zorgvuldig onderhouden en vormt met zijn bijna negentig jaar een sieraad voor de vloot van ronde jachten. 2)

Beretand en kluisboord van de 'Argo' Foto G.LW Qppenheim

In 1956 liet de eigenaar het jacht opmeten door L. Stelwagen te Grouw. De tekeningen laten we volgen, terwijl we aan de toelichting van Stelwagen het volgende ontlenen:
Voornaamste afmetingen
Lengte over de stevens 6,80 m, breedte op de berg houten 2,90 m, zeiloppervlak 40 m2, dat door drie bindreven in het grootzeil en met middenfok en stormfok verkleind kan worden.

Bedelbalk van de 'Argo'. Foto G.LW Oppenheim

Bouwwijze
Het model en de bouwwijze van de romp komen overeen met die van een Friese boeier, de spantvorm is z.g. gepiekt, d.w.z. met een S-vormig vlak.
De romp
De huid is karveel gebouwd van 21/2 cm eikenhout met een kiel plank van 3 cm dikte. Dit boeg hout is speciaal uitgezocht en moest enige zeeg hebben in het worteleinde. De bevestiging op de inhouten en leggers is met gegalvaniseerde spijkers. Deze spanten zijn 7 bij 7 cm, in model gezaagd uit eiken krommers.

'Argo' eigenaar J. W. Tuininga, Helmond bij ingang Pikmeer te Grouw.

De leggers
De leggers, dat zijn de bodemspanten, zijn op de kiel 12 cm hoog. Vooren achtersteven zijn van 8 cm dik eikenhout. Voor de scheg is een zware eiken klos van 18 cm dikte gebruikt, die naar achteren op de stevendikte van 8 cm is verjongd.
Het zeilwerk
Voor het zeilwerk zijn vier zware inhouten onder de 10 cm dikke mastdoft ingebouwd; de ruimte tussen deze inhouten is geheel gevuld met de zware zeilwerklegger, die in het midden 25 cm hoog is en daar de mastkokervoet draagt. De kokerwangen zijn 9 cm dik.
Roer, zwaarden, mast en giek
Het roer is 6 cm dik eiken, naar achteren op 3 cm verjongd. De zwaarden zijn 3,5 cm dik. Mast en giek zijn van Amerikaans of Noors grenenhout, de mast meet in de koker 20 bij 20 cm, de giek is op zijn dikst 12 cm.

De fraai vergulde leeuw van de 'Argo'

Het ijzer en koperwerk
Botteloef, roerhaken, zwaanshals e.d. zijn zeer massief uitgevoerd. De sleepijzers om de zwaarden zijn scherp. De zijkanten van de zwaardkoppen, de achterkant van het roer, de bovenkanten van de mastkoker en de bedelen hennebalk zijn met geelkoper beslagen. Al het ijzerwerk en koperwerk hoort blank geschuurd en gepoetst te zijn.
Binnenballast
De ballast bestaat uit 400 kg ijzeren blokken, passend tussen de leggers, terwijl het contra-gewicht van de mast, bestaande uit een vast blok en 10 losse loodplaten, ook ca. 400 kg weegt.
Zeil en touwwerk
De zeilen zijn van Egyptisch of Amerikaans katoen, genaaid in smalle staande banen. De vallen en schoten zijn van manilla en de essenhouten blokken zijn voorzien van buitenbeslag.
Algemeen
Op de vloeren na is het schip geheel van eikenhout, dat boven water grotendeels blank gelakt is. De boegnaden, dat zijn de naden van de huid, zijn gebreeuwd en gepekt. Het bovenste deel van het boeisel is zwart geverfd met één witte en drie groene ingeschaafde biezen. De buitenkant van het berghout is ook zwart met onder en boven een witte bies. Roerkop, zwaard koppen en de masttop zijn eveneens zwart. Het fraaie snijwerk van de bedelen hennebalk, kluisboord en borden en het leeuwtje op het roer zijn verguld.

Noten

1) De wedstrijdverslagen van de Kon. Zeilver. 'Oostergoo' vermelden het volgende:
1914 eerste zondag in juli Jachten. 1. 'Maria', P. Vrolijk, Sneek. 2. 'Kikker', W. Jongejan, Steenwijk.
1915 5 juli. Jachten en booten. 4 deelnemers. 1. 'Mercurius', R. Buisman, Leeuwarden. 2. 'Kikker', W. Jongejan, Amsterdam.
1916 2 juli. Jachten en booten. 1. 'Mercurius', R. Buisman, Leeuwarden. 2. 'Maria', P. Vrolijk, Sneek.
1917 1 juli. Jachten en booten. 4 deelnemers. P. Vrolijk, R. Buisman, N. Siebesma, 'Argo' en W. Wester, 'Viking', Leeuwarden. 1. 'Mercurius', R. Buisman, Leeuwarden. 2. 'Argo', N. Siebesma, Leeuwarden. (Er stond een harde bries uit het oosten en er werd bij het zeilen heel wat water geschept. Met oliejassen aan zag men de zeilers in de booten. De zeilen en fokken lagen vaak te water. Eén der deelnemers, die 's morgens een proeftocht maakte kon het niet klaarspelen en sloeg om. De inzittenden wisten op de boot te klimmen en zich aldus te redden. Er waren weinig motorbooten, gevolg van het gebrek aan benzine. Eén eigenaar van een motorschip had daarop een mast met zeilgerei geplaatst, om aldus te kunnen profiteeren van de watersport. Zijn vaartuig was typisch gedoopt met den naam van 'Benzinenood', Er was enorm veel publiek).
1918 7 juli. Jachten en Booten. 1. 'Mercurius', R. Buisman, Leeuwarden, tevens winnaar van de wisselprijs uitgeloofd door mevr. Lebret-Bloys van Treslong Prins. 2. 'Maria', P. Vrolijk, Sneek.
1919 6 juli. Jachten. 7 deelnemers. Siebesma, Buisman, H.J. Beerents, Leeuwarden 'Betsy', A. Sonnega, Leeuwarden 'Bever', Mr N.M. Lebret, Oosterbeek, 'Hou Moed', Synd. Ypma, Sneek, 'Maria' en Helder, Paterswolde, 'Marie'. 1. 'Argo', N, Siebesma, Leeuwarden wint behalve de wisselprijs van mevr. Lebret een inktpot van Gouda-aardewerk.
1920 4 juli. Friesche Jachten. 1. 'Mercurius', R. Buisman, Leeuwarden. Wint de wisselprijs van mevr. Lebret nu definitief. 2. 'Hou Moed', Mr N.M. Lebret, Oosterbeek.
1921 3 juli. Jachten. 4 deelnemers. Buisman, Siebesma, Lebret en Oppenhuizen, Sneek met 'Maaike'. 1. 'Mercurius', R. Buisman, Leeuwarden. 2. 'Argo', N. Siebesma, Leeuwarden.
1922 2 juli. Jachten. Premie wegens onvoldoende deelname niet uitgereikt. Er waren twee deelnemers Siebesma en Oppenhuizen. 1. 'Argo', N. Siebesma, Leeuwarden.
1923 1 juli, 75-jarig bestaan van 'Oostergoo'. Jachten. 2 deelnemers. N. Siebesma, Leeuwarden, wint zilveren brandewijnskom aangeb. door zeilver. 'Sneek'.
1924 6 juli. Jachten. 2 deelnemers. Buisman en Siebesma. 1. 'Mercurius', R. Buisman, Leeuwarden.
1925 5 juli. Jachten. 2 deelnemers. Buisman en Siebesma. 1. 'Argo', N. Siebesma, Leeuwarden.
1926 4 juli. Jachten. 2 deelnemers. Buisman en Siebesma. 1. 'Mercurius', R. Buisman, Leeuwarden.
1928 1 juli. Jachten. 3 deelnemers. Buisman, Siebesma en A. van Hulsen, Leeuwarden met 'Maria' vroeger Vrolijk. 1. 'Mercurius', R. Buisman, Leeuwarden, wint zilveren medaille van H.M. de Koningin. 2. 'Argo', N. Siebesma, Leeuwarden.
2) Volledigheidshalve zij vermeld dat wijlen Ir J. Loeff reeds in de Waterkampioen van januari 1957 een artikel aan de 'Argo' wijdde en daarbij de, door Stelwagen gemaakte, tekeningen publiceerde.