Spring naar inhoud

Het Ronde en Platbodemjacht door de eeuwen heen

De ontwikkeling van onze huidige jachten

De Canon van Nederland is een lijst van vijftig thema's die chronologisch een samenvatting geven van de geschiedenis van Nederland; het is een begrip in de onderwijswereld. Maar kun je zo'n Canon (wij noemen het tijdlijn) ook samenstellen voor de scheepstypen in het Stamboek?
De ontwikkeling van onze huidige jachten kent een lange geschiedenis vanaf de middeleeuwen. Volgens overlevering zou het oudste schip in het Stamboek de boeier Bever zijn, uit 1777, maar dat is nergens bewezen. Wel is zeker dat het Friese jacht 'Lytse Bever' als beurtschip is gebouwd in 1820. Dus is nu dus alweer tweehonderd jaar geleden. Binnen het Stamboek kennen we diverse, afzonderlijke scheepstypen met kruisbestuivingen in de loop der tijd. Scheepstypes die allemaal ontwikkeld werden om er in het verleden een bestaan mee op te bouwen en in het onderhoud van hele gezinnen te voorzien. De ontwikkeling was plaatselijk heel verschillend, omdat de omstandigheden in de regio dat vereisten. Het mooie is dat er duidelijk herkenbare types ontstonden. Een liefhebber verwoordt het zo: als je in de verte een schip ziet varen en denkt `een Hoogaars', het komt dichterbij en je denkt nog steeds 'het is een Hoogaars' en ze vaart voor je neus en je ziet een Hoogaars, dan is het een Hoogaars!

In de Schepenlijst hebben we 2462 mogelijk nog bestaande en varende schepen van deze populaire scheepstypes bekeken. Daarnaast hebben we ook de bouwjaren van de 2609 individuele schepen, ook de niet meer bestaande, van alle in het Stamboek voorkomende scheepstypes geteld en onderzocht hoeveel ontwerpers bij de bouw betrokken waren. Daaruit konden we interessante conclusies trekken zoals: het aantal nieuw ontworpen schepen "voor het plezier", dat na 1955 is gebouwd op basis van de oude scheepstypes, is veel groter dan het aantal schepen gebouwd voor 1955 als plezierjacht of verbouwd werkschip.

De klok van de SSRP begint rond 1800 te tikken

Aan het eind van de twintigste eeuw zijn er door een aantal onderzoekers uitvoerige studies gedaan naar de geschiedenis van de pleziervaart. De eerste `speeljachtjes', rondspant spiegelscheepjes, werden al rond 1600 tot vermaak gebouwd. Het werd een dermate grote groep dat in 1622 ook al een eerste jachthaven ontstond. Daarnaast kon elk beschikbaar bedrijfsvaartuig, boeren- of schippersboot, melkschouw of beurtschip ook voor het plezier worden gebruikt. Een aantal van deze scheepstypen is zelfs onderdeel van de pleziervaartvloot geworden.
In de loop der eeuwen werden eerst de spiegeljachten, daarna de paviljoenjachten en nog weer later de boeierjachten populair. In het begin van de twintigste eeuw verschenen er ook andere scheepstypes in de jachthavens zoals botterjachten, hoogaarsjachten en (kleinere) open ronde jachten. Mede omdat de benaming van scheepstypen nogal losjes werd geduid door schippers en bouwers, zijn eenduidige beschrijvingen van de typen door de jaren heen een belangrijk punt van aandacht geweest, en aanleiding voor veel discussies.

De schepen die in 1965 in de schepenhal van het Zuiderzeemuseum zijn opgenomen, ex-beroeps en plezier, zijn waardevolle stillevens. Geen van deze schepen is na de bouw onveranderd gebleven door intensief gebruik en restauraties

De tijdlijn van de scheepstypes in het Stamboek

In het Stamboek hebben we jaren geleden voor elk individueel schip een tijdlijn geïntroduceerd om de diverse fasen van haar bestaan te presenteren, voor zover we die kennen. Een belangrijke doelstelling van de SSRP. Dit trekken we nu door naar de scheepstypes. Het is een interessant proces, dat veel meer inzicht geeft in de ontwikkeling van het type.

Aanpassingen aan het type kwamen in het verleden tot stand dankzij de kennis en kunde van de scheepsbouwer en de wensen van de opdrachtgever. Deze evolutie duurt tot op de dag van vandaag voort, sinds 1955 ook met behulp van moderne technieken die ontwerpers ter beschikking hebben. Zoals gezegd geeft de tijdlijn individuele schepen een plaats in de geschiedenis, en bovenal een eigen gezicht. Als eerste scheepstype heeft nu ook de Hoogaars een tijdlijn gekregen die na uitgebreide studie van schepen en tekeningen is uitgewerkt; de hoofdkenmerken van het scheepstype zijn bepaald. De manier om dit heel toegankelijk naar buiten te presenteren wordt nu uitgewerkt. Andere scheepstypen zijn nog volop in onderzoek.

1955: kantelpunt in de ontwikkeling

De hoofdlijnen en kenmerken van alle, nog bestaande scheepstypes stonden in het begin van de twintigste eeuw zo goed als vast en veranderden gedurende de nog resterende zeiltijd niet of nauwelijks meer. Niet bij de gebruiksschepen en niet bij de toen nieuwgebouwde jachten, hoewel er met de laatste categorie door een klein aantal ontwerpers al wel werd geëxperimenteerd. Maar de grote verandering kwam na 1955, met de pioniersgeest van de SSRP en daarna de popularisering van het jachtzeilen en de beschikbaarheid van nieuwe materialen en technieken.
Bij de Stichting is er nooit twijfel geweest dat een na 1955 nieuwgebouwd jacht in het Stamboek ingeschreven kon worden - het paste geheel binnen de oorspronkelijke doelstellingen van de SSRP - mits het uiteraard geheel als een traditioneel rond of platbodemjacht kon worden beschouwd. Dat resulteerde in het opbouwen van een archief en het opmeten van nog bestaande oude schepen door kundige tekenaars. Het resultaat werd gepresenteerd in 1962 in onze Ronde en Platbodembijbel van Huitema. Daarin heeft hij met gastschrijvers alle tot op dat moment beschikbare kennis verzameld van de scheepstypes, die in het begin van de twintigste eeuw nog onder zeil waren. Kennis die na 1962 door de grote belangstelling in sneltreinvaart werd vermeerderd.

Bijeenkomst van veel nieuwgebouwde jachten na 1955 en een paar verbouwde ex-beroepsschepen uit de jaren daarvoor. Het beeld van de schepen in de tegenwoordige tijd!

Erfgoed: Materieel en Immaterieel

In de jaren na 1955 werd het begrip Cultureel Erfgoed van belang geacht om nieuwe generaties een goed beeld te geven van het verleden. Daarbij werd eerst het Materieel Erfgoed benoemd, de voor de cultuur en geschiedenis waardevolle materiële kenmerken van overblijfselen uit het verleden, in ons geval de nog bestaande scheepstypes van voor de oprichting van de SSRP. Later kwam er het begrip Immaterieel Erfgoed bij, waarin het bewaren en in stand houden van tradities centraal staan. In ons geval het bouwen, onderhouden van en varen met deze schepen naar oud-Nederlands voorbeeld.
De geschiedenis heeft uitgewezen dat het behouden van de schepen, die we van onze voorouders hebben geërfd, een heel andere tak van sport is dan de nieuwbouw van een traditioneel schip met de handhaving van het oorspronkelijk ideaal; het behoud van de hoofdkenmerken van het oud-Nederlandse scheepstype. Beide Erfgoed-werelden probeert de SSRP zo goed mogelijk te bedienen. Dat vergt veel inspanning met het nodige onderzoek, wat ook nog eens op een toegankelijk manier moet worden vastgelegd en gepresenteerd.

De meeste rond- en platbodems in de schepenlijst van de SSRP zijn gebouwd na 1955

Dat er een hausse aan nieuwbouw zou volgen, vooral in de jaren zeventig, hadden de oprichters van het Stamboek niet voorzien.
Het werd na het SSRP oprichtingsjaar 1955 echter wel duidelijk dat er kritischer naar varende en nieuw te bouwen ronde en platbodemjachten moest worden gekeken. Het gebruik van een van oorsprong vracht- of vissersvaartuig als jacht maakte bepaalde aanpassingen onvermijdelijk. Bijvoorbeeld het plaatsen van een kajuit, het weglaten van een bun of het verwerken van het gewicht van de motor in de waterverplaatsing van het jacht. Zelfs de vorm van de zeilen werd in veel gevallen aangepast ten behoeve van snelheid en hanteerbaarheid. Ook bleek dat ontwerpers steeds meer het beeld van het jacht, zoals wij het nu zien, gingen bepalen.
Nieuwe bouwmaterialen en technieken werden geïntroduceerd. Later zouden de introductie van de sleeptank en de computer het uiterlijk van het schip nogal beïnvloeden, een ontwikkeling die ook niet meer te stoppen is. En vergeet daarbij niet het gebruik voor de recreatievaart met alle wisselende wensen die daarbij komen kijken!

Twee houtverlijmde Belgische Lemsteraken 't Breugeltje' ontwerp Gipon (r) en De Jonge Sinjoor ontwerp Kersken Sr. (I) laten zien dat het denken over ronde en platbodemjachten niet statisch hoeft te zijn

Traditionele jachten, de ontwikkelingen van de jaren 1950 tot 1990 door Mr. Dr. T. Huitema

In de Spiegel der Zeilvaart van december 1990 kijkt Huitema terug op een periode van meer dan 35 jaar ontwikkelingen in de ronde en platbodemwereld. Een ontwikkeling die zich na 1990 (soms in sneltreinvaart) heeft doorgezet.
Het ideaal: Het bewaren van de scheepstypen in de meest zuivere vorm en in stand te houden en de kennis omtrent historie, bouw en vormgeving ervan te bewaren. Dat de tijden in de jaren 50 snel veranderden, werd al heel snel duidelijk bij de inrichting van het Stamboek. Naast de reeds jaren bestaande 'oude' schepen werden er vele nieuwe schepen getekend en gebouwd. Vele aanvragen voor opname in het Stamboek volgden.
Het was een hoog en duidelijk ideaal dat in 1953 eerst de Commissie Stamboek Friese Ronde Jachten en in 1955 de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten voor ogen stond. De Nederlandsche Scheepsbouwkonst, zoals reeds in 1697 door Cornelis van Yk was "open gestelt", had voor binnenvaart en visserij fraaie zeilvaartuigen voortgebracht, die geheel dreigden te verdwijnen. Deze scheepstypen in de meest zuivere vorm te bewaren en in stand te houden en de kennis omtrent historie, bouw en vormgeving ervan te bewaren en te verdiepen was het met overgave nagestreefde doel. Tot ieders verrassing bleken er beduidend meer jachten in de vaart te zijn dan verwacht en in ieder jaarverslag van de Stichting schreef de secretaris met trots dat het aantal inschrijvingen weer was toegenomen.

Traditionele jachten, de ontwikkelingen van de jaren 1950 tot 1990 (Huitema, 1990)

De ontwikkeling van een scheepstype, een proces dat soms honderden jaren heeft geduurd

Deze ontwikkelingen kun je in een tijdlijn plaatsen. Er zijn meer belangrijke momenten in de afgelopen eeuwen en decennia aan te wijzen, die veel invloed hebben gehad op de ontwikkeling van scheepstypes. Maar het meest belangrijke bij dit alles is het behoud van de hoofdkenmerken van het scheepstype, zoals het zich in het verleden heeft ontwikkeld. Het goed vastleggen van deze kenmerken is zeker nodig omdat in deze tijd een heel ander referentiekader is ontstaan. Vaak meent de huidige liefhebber dat zijn schip hetzelfde type schip is dat vroeger is ontwikkeld voor de beroepsvaart en het resultaat is van een proces dat soms honderden jaren heeft geduurd. Een zeiler uit een vorige generatie, die de zeilende vrachtvaart nog kende, sprak bijvoorbeeld over kletterpapier, waarmee hij een nieuw kunststof tuig bedoelde, want hijzelf stamde nog uit de tijd van de katoenen zeilen.
Op onze website publiceren we regelmatig verhaaltjes van Dirk Huizinga onder de titel "In Beeld" over intrigerende maritieme zaken in het heden en in het verleden, die een een heel goed beeld geven van de ontwikkelingen.

Winnaars en verliezers

De Schepenlijst omvat niet alle ronde en platbodemjachten in Nederland, maar vormt een groot en representatief gedeelte van de hele vloot. We hebben, om dit verhaal over de Canon toe te lichten, een aantal analyses gemaakt van de schepen en scheepstypes in onze Schepenlijst. Een paar conclusies kunnen we al wel delen. Er zijn bijvoorbeeld, van alle scheepstypes die hebben bestaan, maar een beperkt aantal scheepstypes populair geworden als plezierjacht. Dat zie je terug in de overweldigende nieuw-bouwcijfers van na 1955, afgezet tegen de kleine aantallen behouden schepen van voor 1955. De Lemsteraak en de zeeschouw zijn dan met afstand de winnaars. Bollen, schokkers, grundels en ronde jachten volgen op gepaste afstand. Van veel andere types, neem de pluut of de zeepunter, zijn er alleen nog maar enkele gerestaureerde schepen of schepen die met subsidies nieuw als replica zijn gebouwd.

De oudst bekende (houten) zeeschouw (l) en de meest recente in het Stamboek (r)

Aaibaarheidsfactor

Van de 2609 onderzochte schepen in de schepenlijst van de SSRP, zijn er "maar" 861 gebouwd voor 1955 en die behoren dus tot het Materieel Erfgoed van Nederland (en deels ook België). Daarvan zijn er 271 als plezierjacht gebouwd, neem bijvoorbeeld de redactiehoogaars van de Spiegel der Zeilvaart. 590, meestal verbouwde schepen, gelden als ex-beroepsvaart. Van 336 schepen kennen we gelukkig de eigenaar en deze zijn dus "actief" in het Stamboek. Van de overige schepen weten we helaas niet of ze nog bestaan of mogelijk ergens liggen te verkommeren. Ons archief, bestaande uit documenten en foto's, is er op gericht om de tijdlijn van deze schepen duidelijk weer te geven. Deze toont wat ze op specifieke momenten in hun werkzame en plezier-vaartleven hebben meegemaakt. We proberen daarbij ook in beeld te krijgen in hoeverre het schip van nu afwijkt van de vorm waarin het ooit is gebouwd. Diverse ontwikkelingen, nieuwe eigenaren en gebruikseisen hebben in hun tijd invloed gehad op het leven van het schip. Al die aspecten vormen de "persoonlijkheid" van het schip.

De oudste schepen dateren van rond 1800, en zijn inmiddels al 200 jaar oud! De meeste hiervan zijn overigens van hout. Wordt een houten schip als meer waardevol beschouwd, dan een ijzeren of stalen schip? Geldt hout gevoelsmatig als meer authentiek, of ligt het aan de hoge aaibaarheidsfactor?

De oudste boeier in het Stamboek is de Bever (l) die zou dateren uit ca. 1800 en de nieuwste boeier is de Uiltje (r), die in 2016 te water werd gelaten

De invloed van de ontwerpers na 1955

Als je van alle onderzochte schepen het bouwjaar in een tijdlijn uitzet, dan ligt de piek in de jaren zeventig van vorige eeuw (om precies te zijn 1978, zie grafiek hierboven). Vòòr die tijd, eigenlijk tot 1955, waren er vele werven met hun eigen bouwmeesters actief. Maar daarna bepaalde een veel kleiner aantal ontwerpers en scheepsarchitecten het aangezicht van de vloot ronde en platbodemjachten.
Neem bijvoorbeeld J.K. Gipon, van zijn hand vind je ruim driehonderd schepen in de Schepenlijst. Gipon is ook veruit koploper als het gaat om de diversiteit aan types (van tjalken tot grundels). Hij wordt - als het gaat om aantallen schepen - op gepaste afstand gevolgd door Blom Hindeloopen, Hoek Design, De Boer Lemmer met het populaire type Lemsteraak, en Westerdijk, Kok en Huitema met de zeeschouwen. Van der Meulen in Sneek is redelijk vertegenwoordigd met de houten open en kajuitschouwen. Bekende ontwerpers als Lunstroo en Vreedenburgh komen hierna pas.

Oude lijnen bewaren

De SSRP heeft er direct na 1955 voor gezorgd, dat toen nog bestaande, oude schepen werden opgemeten en in tekening werden gebracht. Die tekeningen vormden vervolgens voor een deel de standaard voor het scheepstype. In veel ontwerpen vindt je de invloeden van deze eerste tekeningen terug, wat een verschraling van de diversiteit in verschillende scheepstypes heeft betekend. De vraag is ook of later, met de intrede van de computer, de sleeptank en het gebruik van min of meer van gestandaardiseerde ontwerptechnieken, de diversiteit niet nog verder is afgenomen.

Concluderend

De tijd heeft geleerd, dat je met alle mogelijkheden van nu een historisch jacht op een plezierige en verantwoorde manier kunt behouden. Of een nieuw betaalbaar jacht kunt ontwerpen, dat bij velen nadrukkelijk het beeld van vroeger weer in herinnering roept. Het schip van de lage landen heeft wereldzeeën bevaren en in juni 2020 schreef de Spiegel zelfs over het initiatief om een hoogaars voor de oceaan te ontwerpen.
Laten we superblij zijn met alle enthousiastelingen die het Ronde en Platbodemjacht in hun hart hebben gesloten en hen zo goed mogelijk ondersteunen! Door op vele fronten samen te werken kan de tijdlijn van ons geliefde Ronde en Platbodemjacht nog heel lang doorlopen.

De dynamiek van de scheeptypes in het Stamboek

In de beginjaren van de SSRP zijn, als momentopname, diverse schepen in tekening gebracht door jachtontwerpers van naam voor het SSRP-archief Maar er gebeurde meer: men bleek in staat om aantrekkelijke en betaalbare schepen te ontwerpen en nieuw te bouwen, op basis van oude lijnen. Schepen die op de goedkeuring van de SSRP konden rekenen en in het Stamboek werden ingeschreven.
Er zijn veel factoren van invloed geweest op het ontwerpen van jachten. We noemden al de nieuwe ontwerptechnieken (CFD) en nieuwe bouwtechnieken (lasersnijden), door scheepsbouwers toegepast om optimaal schepen te bouwen. Ook werd het bouwen in serie van bepaalde scheepstypen populair vanwege de lagere bouwkosten. Dit heeft zeker bijgedragen aan de relatieve eenvormigheid van de moderne R82 vloot. Ook de invloed van de eigenaren/opdrachtgevers is niet onderschatten. 150 Jaar geleden, als een schipper opdracht gaf een schip te bouwen gebeurde dat in de trant van 'even groot als dat van ....., maar een voet langer in het vlak'.

Het zeilen van wedstrijden

De naoorlogse opdrachtgevers bestelden echter een schip 'zoals ze dat hadden zien varen'. Het is eenvoudiger een schip te beoordelen in het echt dan van een tekening. Dit droeg bij aan een zekere verschraling van de diversiteit binnen de vloot. De Stamboekvloot bestaat merendeels uit Lemsteraken en zeeschouwen. De moderne zeiler eist nu eenmaal maximale leefruimte bij een gegeven lengte, snelheid en ook acceptabele bouwkosten. De Lemsteraak voldoet zeker aan de eerste twee eisen, terwijl de zeeschouw met haar knikspant-model en rechte zijden een relatief goedkoop te bouwen en goed zeilend schip is.
De nieuwbouwhausse in de jaren zeventig leverde vanzelfsprekend ook veel enthousiasme voor het wedstrijdzeilen op. Dat leidde in 1989 tot de oprichting van de Klassenorganisatie voor R&P, in 2005 gevolgd door de VA-klasse voor Lemsteraken. De vloot kende toen grote wedstrijdvelden en de wedstrijden genereerden de nodige publiciteit. Maar in werkelijk maakte de wedstrijdvloot slechts een klein deel (ca 10%) van de Stamboekschepen uit en een nog veel kleiner deel van de totale vloot.
Hoewel het enthousiasme voor het wedstrijdzeilen over de hele breedte afneemt, heeft met name binnen de VA-klasse in de afgelopen decennia veel nieuwbouw plaatsgevonden. Hierbij lag veelal de nadruk op het behalen van de beste prestaties in het wedstrijdveld. Ontwerpers hebben daartoe maximaal gebruik gemaakt van de mogelijkheden binnen de Criteria. Tegelijk hebben verbeterde correctiefactoren ervoor gezorgd dat oudere schepen ook goede resultaten in wedstrijden kunnen boeken.

De hoogaars Windroos is een vroeg voorbeeld van de invloed van het wedstrijdzeilen. Windroos werd in 1926 speciaal getekend en gebouwd om de voormalige visserman Jetty in wedstrijden te kloppen. (Foto: Baggerrace 2006)

Ontwikkeling van het scheepstype

De vraag naar snellere schepen dreigde te resulteren in aanpassingen, die geen recht meer deden aan de originele lijnen van het scheepstype. Dus werd aanscherping van de Criteria noodzakelijk, wat duidelijk te zien is in de ontwikkeling hiervan. Om de oudere schepen niet bij voorbaat op achterstand te zetten zijn de Criteria behoudend en niet automatisch aangepast aan iedere nieuwe ontwikkeling.
De toepassing van nieuwe materialen zoals polyester (carbon fiber), gelamineerd hout en aluminium zijn in de Criteria nu niet toegestaan, met als bijkomend effect, dat oude schepen daarmee hun waarde voor het wedstrijdzeilen behouden en een Lemsteraak van ruim 90 jaar oud nu landskampioen is. Sommigen menen dat daarmee de evolutie van de schepen, die immers van oudsher plaatsvond, wordt afgeremd.
De aanscherpingen van de Criteria zorgden ervoor dat de aantasting van het historische karakter van de romp werd tegengegaan, maar de criteria laten toch nog voldoende speelruimte voor de ontwerpers, waardoor nieuwgebouwde schepen onderling goed te onderscheiden zijn. Het gevaar is dat algoritmen uiteindelijk het optimale ontwerp gaan bepalen en dat zou de verscheidenheid bedreigen die kenmerkend was voor de oorspronkelijke scheepstypen.

Invulling van de tijdlijn

Binnen de tijdlijn van sommige scheepstypes kun je dus spreken van een ijkpunt, daar waar de verbetering van de zeilprestaties met behulp van moderne digitale hulpmiddelen zichtbaar wordt in het ontwerp. Maar er zijn vast nog meer (recente) maatschappelijke en technologische ontwikkelingen aan te wijzen die merkbaar effect hebben gehad op de tijdlijn van het ronde & platbodemjacht!

Wij houden ons aanbevolen voor aanvullend commentaar, om zo in samenspraak de tijdlijn van onze ronde en platbodem scheepstypes vast te leggen en daarmee hun getuigenis van de maatschappelijke ontwikkelingen

De SSRP heeft u gezien! U bent niet onopgemerkt gebleven!