Spring naar inhoud

Toegankelijkheid:

Kenmerk-beschrijvingen Westlanders

Algemeen

Tot in de jaren zestig verliep het transport in het Westland voor het grootste deel over het water. Veel tuinders woonden aan smalle paden en het wegennet in de streek was eenvoudig. Schepen waren dus belangrijk voor de handel. De ontwikkeling van de ‘Westlander’ tot een handige tuindersschuit heeft decennialang veel aan de groei van de tuinbouw bijgedragen.

In de negentiende eeuw voeren beroepsschippers al op de zogeheten Westlanders. Dit type platbodem kwam voor in Noord- en Zuid-Holland. Deze houten schuit was ontstaan bij de opkomst van de Westlandse glastuinbouw. Zo vervoerde men tuinbouwproducten, kolen, mest of zand. De schuiten voeren zelfs tot aan de Harwichboot in Hoek van Holland om aardappelen of fruit voor Engeland over te laden.
De tuinders in het Westland produceerden vanaf circa 1900 steeds meer groenten en fruit dankzij de bouw van druivenserres en kassen. Maar hoe breng je al je manden en kisten naar de veiling als je bedrijf alleen per fiets of kar te bereiken is? De tuinderijen tussen de Westlandse dorpen waren immers vaak gelegen aan paden langs ondiepe sloten en smalle vaarten met bruggetjes. Heel idyllisch, maar niet efficiënt. Daarom ontwikkelden Westlandse scheepmakers een smalle stalen schuit die ondiep in het water lag en een lage ‘kruipruimte’ van anderhalve meter had, zodat hij onder bruggetjes door kon varen. En, niet onbelangrijk, de schuit moest makkelijk hanteerbaar zijn. Een roef of een zeilmast was niet nodig. Deze kleinere versie van de al bestaande Westlander werd hét vervoersmiddel van de tuinders. Deze zogeheten tuindersschuit of veilingschuit verzorgde jarenlang meer dan driekwart van de aanvoer bij de groenteveilingen. Tussen 1890 en 1960 zijn er vele honderden tuindersschuiten in het Westland gebouwd.

Er bestaat geen standaardmodel van de Westlander. Elke scheepswerf bouwde schuiten naar eigen ontwerp, zodat er een grote diversiteit is ontstaan. De tuindersschuit onderscheidde zich wel. Het verschil met de van oudsher bekend Westlander betrof vooral de grootte en het draagvermogen. Er paste maximaal acht ton lading in, terwijl schippers met hun Westlander minimaal twaalf ton vervoerden. Een ander type, de Westlandse praam, was ook te groot voor het veilingvaren. Dit werkpaard onder de schuiten werd vooral gebruikt voor aanvoer van grondstoffen voor de tuinbouw, zoals mest, stookolie of potgrond. Of voor het vervoer vanaf de veiling door de kooplieden.

Aanvankelijk werd de Westlander van hout gebouwd. Vanaf de jaren tachtig (19e eeuw) gebeurde dat ook in ijzer en staal. De Westlander was evenals de bok een lang, smal, laag schip met een platte bodem. Opvallend waren de flauw gebogen, sterk vallende stevens, met aan de boeg aan weerszijde van de voorsteven ‘wangen’. Dat gaf aan dit schip zijn karakteristieke uiterlijk. De Westlander werd in verschillende maten gebouwd. Hij kon een lengte hebben van ca. 12 tot 18 meter en een inhoud tussen 12 en 30 ton. Het meest kwamen schepen van zo’n 17 ton voor. De grootste maat was te groot om er in het Westland goed mee te kunnen varen. Ze werden dan ook ingezet bij de vaart op ‘het Overmaas’ (de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden), West-Brabant, Noord-Limburg, enz.

De Westlander had geen gangboorden. De luiken rustten op ‘steekleren’, dat zijn planken die aan de zijkanten van het ruim recht overeind werden gezet. Als er met dunne mest gevaren werd en er kans was dat die bij overhellen van het schip naar buiten zou lopen, werden de luiken met zes stevige, langsscheepse ‘spalklatten’ vastgezet. Zo bleef de kostbare lading in de boot.

De schepen waren op de achterplecht voorzien van een roefje, waarin meestal een kacheltje of fornuisje stond. Er was aan alle zijden een bank gemaakt. Ook was er een kooi ingebouwd waarin een of twee personen konden slapen. In het vooronder was een bergruimte voor zeilen, touwen en verf en meestal ook een kooi. Tot de uitrusting van de Westlander hoorde vaak een watervaatje.

De Westlander was voorzien van een grootzeil en een fok. Bij windstil weer kon een Westlander geweegd worden. Daartoe waren in voor- en achterplecht weeggaten aangebracht. Een enkele maal werd de boot ook wel geroeid. De schipper van de Westlander kon het roer bedienen vanuit de roef, of vanuit het stuurgat. Dat was een luik achter de roef, waardoor de schipper wat lager kon staan. En wat meer beschut tegen het weer.

De Westlandse Westlanders kwamen van een aantal verschillende werven en werfjes, maar werden soms ook wel van ver ingekocht, onder andere in Friesland. Bijna elke plaats had wel een scheepsmaker, waar boten gebouwd of hersteld werden. De belangrijkste werven in het Westland en omgeving waren Van Waveren uit Monster, Van der Plas in Kwintsheul, Van Straten in Loosduinen en Van der Aar in diezelfde plaats.


Scheepstype: Westlander

Inleiding

Vroeger was de Hollandse boot verspreid over het grootste deel van Nederland en werd door een brede laag van de bevolking voor beroepsdoeleinden gebruikt. Zo was hij in gebruik als schippersboot, werkboot, visboot, boereboot en marktschuit. De inrichting was altijd een beetje aangepast aan de bestemming, maar niet in die mate dat belangrijke uiterlijke verschillen daarvan het gevolg waren. Belangrijke onderlinge verschillen in vorm en constructie kwamen voort uit de plaats van herkomst, waar duidelijke afgescheiden typen zijn ontstaan. Drie van deze typen zijn in België goed bekend geweest. Het Zeelandse type, dan een variant uit Zeeuws-Vlaanderen en de Doesburger. Het Zeelandse en zeker het Zeeuwse type fungeerden als bijboot van de vissersvaartuigen uit het Delta-gebied.


De Tijdlijn van de Westlander

Selectie van alle Ronde en Platbodemjachten in het Nederlandsch Jachtregister 1924-1925

1924-1925

Uit alle schepen die genoemd staan in het Nederlandsch Jachtregister heeft Gerard ten Cate een selectie gemaakt van alle Ronde en Platbodemjachten die er in 1924-1925 in opgenomen waren. Het is een uniek overzicht omdat het een goed beeld geeft van onze vloot in die jaren.

Meer over "Selectie van alle Ronde en Platbodemjachten in het Nederlandsch Jachtregister 1924-1925"

Type beschrijving Westlander

1. Geschiedenis

De Westlander had zijn bakermat in het Westland en dit lange, smalle en lage schip was zeer geschikt om het transport aldaar te verzorgen. Minder bekend is dat de Westlander ook buiten het Westland zeer „in" was bij de schippers van het lokale en regionale vervoer. In het poldergebied dat ruwweg begrensd wordt door de lijn Leiden-Alphen a/d Rijn-Boskoop-Leidschendam verdienden talloze schippertjes vóór de Tweede Wereldoorlog en nog enige tijd daarna hun brood op een Westlander. Zelfs ver buiten zijn bakermat was dit scheepje in gebruik: zo lieten de steenfabrieken langs de Hollandse IJssel zich met Westlanders bevoorraden. .
Daarnaast moet nog onderscheiden worden de drukke vaart op de Zuid-Hollandse en ook wel Zeeuwse eilanden met de weinig bekende grote Westlanders door schippers die hun domicilie in een Westlands plaatsje hadden.

2. Beschrijving van de Westlander
3. Tuigage


Kenmerken van de Westlander

  1. De Westlander als werkschip
  2. De Westlander als jacht
  3. Algemene kenmerken
  4. Kenmerkende verhoudingen
  5. Verklaring in tekening

Publicaties over de Westlander in het Stamboekarchief

Artikelen over de Westlander in De Waterkampioen

Waterkampioen januari 1966 nr1164 - Schepenschouw De Westalnder

Het is algemeen bekend, dat verschillende van onze oer-inheemse typen vaartuigen zijn ontstaan in een bepaalde streek van ons land en soms zelfs eigenlijk alleen maar in die streek werden gebouwd. Een voorbeeld van zo een type is de Westlander. Aangenomen wordt, dat dit gespecialiseerde type binnenvaartuig is ontstaan in het Westland met het opkomen van de tuinbouw onder glas, dus zo omstreeks 1850. Voor die tijd, zo zegt E. W. Petrejus, oud-conservator van het Maritiem Museum „Prins Hendrik" te Rotterdam in zijn boekje Scheepsmodellen-binnenschepen, zag men op de wateren van het Westland uitsluitend bokken, scheepjes die in de buurt van Alphen aan den Rijn veel voorkwamen. Vergelijkt men de afbeeldingen van een Bok en een Westlander, zoals die voorkomen in het werkje Nederlandsche Binnenschepen van G. C. E. Crone, dan lijkt het niet onwaarschijnlijk, dat de westlander „ontleend" zou zijn aan de bok; een bok, aangepast aan de smalle wateren en watertjes van het Westland met hun vele lage vaste bruggetjes. Nauwkeurig nagegaan hebben wij dit niet.

Oorspronkelijk van hout gebouwd, werd later uitsluitend ijzer (staal) als materiaal voor de Westlander gebruikt. De overgang van hout naar staal heeft zich geleidelijk voltrokken. Eerst werden alleen de rompen van ijzer gemaakt en handhaafde men voor de dekken hout, omdat ijzeren dekken in de zomer te warm en in de winter te koud waren. Later werden ook de dekken van ijzer gemaakt, omdat deze veel economischer in onderhoud waren

Spiegel der Zeilvaart april 1986 nummer 3 - Scheepstypologie Westlanders deel 3

Hoewel wij niet beschikken over harde bewijzen, willen we als hypothese stellen dat de Westlander ontstaan is als variant van de „Bok" (Bok in de betekenis zoals gehanteerd door Lunenburg in zijn boekje „Ronde en Platbodems") in het laatste kwart van de vorige eeuw. De door ons verzamelde gegevens doen blijken dat de bouwers van Westlanders even vroeg zijn overgegaan op de ijzer- en staalbouw als in de overige scheepsbouw het geval was: de eerste ijzeren Westlanders verschenen in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. De Westlanderbouw beleefde maar een korte bloeitijd. Na de Eerste Wereldoorlog werden ze al niet meer gebouwd.
De redenen om te stellen dat de Westlander van de Bok afgeleid en een nog relatief jong scheepstype is, zijn:

  1. De opvallende overeenkomsten als: de vallende voorsteven, de lijn van het boeisel, de aanwezigheid van klapmutsen, de afwezigheid van gangboorden en het aanwezig zijn van steekleren, de platte bouw. Ook de Pakschuit hoort onmiskenbaar tot deze schepenfamilie.
  2. We kennen wèl diverse oude prenten (van bijvoorbeeld Grève, Le Comte) waarop de Bok voorkomt en als zodanig vermeld wordt in de achttiende eeuw, maar geen enkele met een „Westlander". De Westlander wordt pas afgebeeld als het fotograferen tot ontwikkeling komt (vanaf ongeveer 1860).
  3. Met het opkomen van de Westlander verdween de Bok. De Westlander verving de Bok geheel, in eenzelfde bedrijfstak (namelijk regionaal vervoer te water).

Zie ook de beschrijving van het boek Scheepstypologieën.


Boten in beeld


Bronnen

De bronnen die zijn gebruikt bij het beschrijven van de Boten

TitelAuteurUitgeverJaartal
    

Algemene bronnen met informatie over het scheepstype Zomp

TitelAuteurUitgeverJaar
    

Westlanders