Spring naar inhoud

Toegankelijkheid:

Scheepstype: Antwerpse Knots

Inleiding

De Antwerpse knots was een type vissersschip, dat vooral werd ingezet voor de garnalenvangst op de Westerschelde. Het type had een bun - een deel van het ruim waar het rivierwater vrij in en uit kon stromen - om de vissen en garnalen in leven te houden tijdens het transport. Het einde van de visserij op de Schelde betekende ook het verdwijnen van de vloot van houten vissersschepen. De toenemende haventrafiek en vervuiling bemoeilijkten rond 1900 het vissen op de Schelde. Bovendien zorgde de ontwikkeling van de garnaalvisserij aan de kust en vooral het vlotte transport van de vangst naar het binnenland ervoor dat de garnaalvisserij op de Schelde minder rendabel werd. In 1890 waren er nog 26 knotsen in de vaart. Tegen 1909 bleven er maar zeven meer over, een aantal dat in de jaren nadien verder slonk.
Een Mechels Reglement van 1711 spreekt van: 'een cleyn mosselschuit oft Cnotsbol'. Hier dus al het woord 'bol' en het is eigenaardig dat de knots 'ontegenzeggelijk' (aldus Petrejus) wonder veel verwantschap vertoont met het vroegere 'bolletje' van Urk en ook enigszins met het 'jacht' van Blokzijl. Een overeenkomst dus met bepaalde ronde schepen van het Friese type. Wellicht is hier enig verband te zoeken met de omstandigheid dat de bevolking langs de Schelde een Friese inslag schijnt te hebben en dat bij sommige oude Antwerpse plaatsnamen een Friese afkomst is te onderkennen. De Knots had een bun met daarvoor nog een kleine laadruimte. Er werd gewoonlijk met een kop op bot en garnalen gevist. De tuigage bestond uit een gaffeltuig met een lange, zware gaffel. waarboven een gaffeltopzeil, een fok en een kluiver. Groot is het aantal knotsen waarschijnlijk niet geweest. In 1912 werden te Zierikzee 7 visvergunningen verstrekt aan knotsen voor de visserij Benedenschelde. In 1920 worden er nog twee vermeld door Frans Blij in zijn werk 'Onze Zeilvischsloepen'. De lengte van de knots bedroeg 10 meter.

De Tijdlijn van de Antwerpse knots

Selectie van alle Ronde en Platbodemjachten in het Nederlandsch Jachtregister 1924-1925

1924-1925

Uit alle schepen die genoemd staan in het Nederlandsch Jachtregister heeft Gerard ten Cate een selectie gemaakt van alle Ronde en Platbodemjachten die er in 1924-1925 in opgenomen waren. Het is een uniek overzicht omdat het een goed beeld geeft van onze vloot in die jaren.

Meer over "Selectie van alle Ronde en Platbodemjachten in het Nederlandsch Jachtregister 1924-1925"

Type beschrijving Antwerpse Knots

  1. Geschiedenis van de Antwerpse Knots
  2. Beschrijving van de Antwerpse Knots
  3. Tuigage

Kenmerken van de Antwerpse Knots

  1. De Antwerpse Knots als werkschip
  2. De Antwerpse Knots als jacht
  3. Algemene kenmerken
  4. Kenmerkende verhoudingen
  5. Verklaring in tekening

Publicaties over de Antwerpse Knots in het Stamboekarchief

1980: SSRP Monografiën 09 - COURLIS een Antwerpse knots

Van een bijna 8 meter lang, houten jacht waarvoor de heer Kloet uit Nieuw en St. Joosland inschrijving aanvroeg, waren niet alleen bouwer en bouwjaar onbekend, maar ook het type van het schip was onduidelijk.
De 'Courlis' - want dat was de naam - deed denken aan een Wieringer Bol, maar varende naast de 'Eudia' tijdens de reünie te Zierikzee in 1972 bleek duidelijk dat de kop stomper, voller was en de zeeg rechter. Wij kwamen er niet uit. Voorhands werd het er toch maar op gehouden dat we met een - misschien in zuidelijker kontreien - gebouwd bolletje te doen hadden, want verwantschap daarmee leek toch wel duidelijk. De heer Kloet liet het er evenwel niet bij zitten en ging, zoals ieder rechtgeaard eigenaar van een rond of platbodemjacht, aan het snuffelen. En met resultaat. In juni 1973 kreeg hij een lange brief van een toen 81 jaar oude Antwerpenaar.

SSRP Monografie 09: COURLIS een Antwerpse knots


De Antwerpse knots in Consent 2008 nummer 24 - Verdwenen scheepstypen van de Schelde en haar zijrivieren

Een typisch vissersvaartuig van dezelfde familie is de (Antwerpse) knots. Dit schip is constructief gezien vergelijkbaar met de visboot, maar met een lengte van ca. 10 meter aanzienlijk groter. De oorsprong van de knots is niet bekend, de naam verschijnt in 1711 voor het eerst in een Mechelse ordonnantie.
Gezien de indeling van de romp, met een vaste plecht, achter de mast een ruim en daarachter een natte bun, werden de schepen waarschijnlijk gebruikt voor zowel de mossel- als de garnaalvisserij op de Schelde. Uit de consent-registers blijkt dat knotsen vooral in de tweede helft van de 19e eeuw veel in Zeeland visten. De laatste gegevens dateren van 1920. Uit de archieven van de Royal Yacht Club de Belgique in Antwerpen blijkt dat er in die jaren een als jacht gebouwde knots is geweest, maar het is niet bekend wat daarvan is geworden. Het type is verdwenen, nadat door de vervuiling van het Scheldewater de visvangst terugliep en de kustgarnaalvissers hun grotere en betere zeegarnaal in Antwerpen op de markt begonnen te brengen.

Tekening Maurice Seghers

Omtrent de constructie is weinig met zekerheid te zeggen. Er bevindt zich een knots in het maritiem park van het Nationaal Scheepvaartmuseum in Antwerpen, maar dat schip is als jacht gebouwd. Het is daarom niet zeker dat dit representatief is voor de voor de visserij gebouwde schepen, waarvan er geen is overgebleven. De door J. Van Beylen gebruikte gegevens zijn afgeleid van twee modellen in het Nationaal Scheepvaartmuseum in Antwerpen en van drie weinig gedetailleerde plans uit het begin van de 20e eeuw. De schepen waren zwaar gebouwd met volle ronde boegen, een gebogen, zeer steil staande voorsteven en een rechte, licht vallende achtersteven. De indeling was verder vergelijkbaar met die van de visboot. Ze waren rond 10 meter lang bij een breedte van 4 meter en karveel beplankt. Een bijzonderheid is dat de knots een op kiel gebouwd schip geweest zou zijn, in tegenstelling tot de andere hier beschreven scheepstypen. (vgl. J. van Beylen: De Antwerpse Knots en de Vlaamse garnalenvisserij op de Schelde in Vlaanderen en Zeeland; Franeker 1999)
De tuigage bestond uit een grootzeil met staande gaffel, een fok en een kluiver. Het staande gaffelzeil had, net zoals het sprietzeil, het voordeel dat er geen boom of giek was, die het behandelen van de viskorren zou belemmeren.


Spiegel der Zeilvaart september 2026 nummer 7 - Nauwelijks bekend: De Knots

Over sommige scheepstypen is nauwelijks iets bekend. Zo ook over de knots. Opmerkelijk genoeg bouwden de Gebroeders Vos (van Willem van de Batavia) een aantal knotsen in polyester. Het Stamboek bekijkt nu of een van die knotsen opgenomen kan worden in de categorie E(xtraordinair).

In 1968 verschijnt in de Waterkampioen een klein artikel over een rond jacht van polyester door de Gebroeders Vos (Willem Vos van de Batavia in Lelystad) in Broek in Waterland. Zij ontleenden het model aan het boek Scheepsmodellen van W. K. Versteeg, waarin tekeningen waren gebruikt van een knots die vroeger op de Schelde voer. Versteeg had het scheepje in 1902 opgemeten. De Gebroeders Vos hielden zich oorspronkelijk bezig met kleine, Noord-Hollandse bedrijfsvaartuigen, maar in de jaren zestig valt daarmee nog maar weinig te verdienen. Ze besluiten plezierjachten te gaan bouwen en dat werd een knots. Vos duidde die, misschien vanwege de thuismarkt, aan als een Zeeuwse knots in plaats van de Antwerpse knots waar Van Beylen over sprak. Vos plakte zich suf met het "nieuwe" materiaal; de glasvezels werden tot een 10 millimeter dikke laag gerold. Dek, opbouw en stevens maakte hij wel van hout.

Reactie van Koen De Vriese, voorzitter School voor Scheepsmodelbouw in Baasrode (B)

Met aandacht heb ik uw artikel over de 'Courlis' in de laatste Spiegel der Zeilvaart gelezen.
Sta mij toe om toch enkele bemerkingen te maken. U verwijst naar een scheepsmodel van een knots in het Maritiem Museum in Zierikzee.
Jaren geleden bezocht ik dit museum en stelde vast dat bij nader beschouwing het tentoongestelde model van een knots een foute weergave toonde van de achtersteven. Dit model heeft achteraan helemaal geen zeeg meer.
Op de foto van de knotsen in het Bonaparte getijdok is duidelijk te merken dat de achterstevens van de knotsen allen verschillen, afhankelijk van de werf waar deze knotsen gebouwd zijn en dat de achtersteven wel degelijk een mooie zeeg vertonen.

De knotsen in het Bonaparte getijdok

Maurice Kaak, onze meester modelbouwer in onze School voor Scheepsmodelbouw was destijds aan boord van de Courlis, toen dit scheepje naar Antwerpen werd gezeild. Ik herinner mij nog zijn duidelijke uitspraak: "Het bootje loopt wel goed, maar is geen knots.”

Modelbouwer Wilfried De Ridder heeft in onze school destijds een scheepsmodel van de Antwerpse knots gebouwd op schaal 1/10, naar de plannen van Maurice Kaak. Oudere Spiegellezers zullen Maurice ongetwijfeld kennen van de 50-tal artikels die hij destijds publiceerde. Om de juiste waterlijn te bepalen leggen wij het afgewerkte model, vooraleer het te kleuren in het water om de waterlijn te verifiëren. Maurice Kaak vond dat de knots iets te hoog in het water lag en verbeterde het lijnenplan door één gang minder te tekenen. Onder zijn toezicht heb ik vervolgens een knots gebouwd op schaal 1/10 aan de hand van dit aangepast lijnenplan. Ik ben in de eindfase van dit model met het optuigen ervan.

Verder vermeld ik dat er in de RYCB Yachtclub op de Linkeroever in Antwerpen, een scheepsmodel staat op schaal 1/20 van de Antwerpde garnaalknots, gebouwd door Maurice Seghers.
Het halfmodel van de knots door Van Coolput gemaakt is in mijn bezit. 
In bijlage stuur ik u enkel foto’s van mijn model en twee artikels over de 'Courlis' die destijds gepubliceerd werden. De Stichtsmonografie nummer 9 staat hierboven in het overzicht vermeld en het artikel "Uit het Kraaienest" verderop).

Altijd bereid om mijn uitgebreide documentatie over de knots te consulteren. En steeds welkom in onze school te Baasrode

In de hoop toch enig licht te hebben geworpen over de knots, teken ik met de meeste hoogachting,

Koen De Vriese

Voorzitter School voor Scheepsmodelbouw